Gietijzer is het materiaal dat een kamado of houtskool-bbq zijn zwaarste gereedschap geeft: een rooster dat strepen schroeit, een plancha die het vet onder je vlees houdt, een skillet of dutch oven voor stoofwerk. Het is ook het materiaal op je bbq dat het meeste onderhoud vraagt, en rond dat onderhoud zwerft opvallend veel tegenstrijdig advies; zelfs de merken spreken elkaar tegen over olie en zeep. Na het lezen weet je wat die zwarte laag is, kun je gietijzer zelf inbranden op de kamado of in de oven, kost het onderhoud je dertig seconden per sessie en weet je hoe je roest weghaalt en daarna weghoudt. Dit stuk gaat over gietijzeren roosters, pannen en accessoires. Je kamado zelf inbranden (het keramiek en het vilt van een nieuw toestel laten wennen) is iets anders; dat heeft zijn eigen uitleg in onze aansteekgids.
Wat die zwarte laag eigenlijk is
De beschermlaag op gietijzer heet inbrandlaag of patina; in het Engels heet het proces seasoning, en wie “gietijzer seasonen” intypt, bedoelt precies dit. Het is geen fabriekscoating en ook geen laagje vet dat toevallig is blijven zitten. Verhit je gietijzer met niet meer dan een zweem olie erop, dan breken de vetmoleculen open en verknopen ze zich tot een harde, kunststofachtige film die in het ijzer verankerd zit. Elke kooksessie met vet bouwt daar een beetje aan verder: daarom bakt een oude, veelgebruikte pan zoveel fijner dan een nieuwe.
Wat beginners nogal eens laat schrikken, hoort erbij. De eerste lagen zien er vlekkerig en ongelijk uit; die vlekken groeien in de loop van de sessies dicht. En een donkere veeg op je doek na het droogwrijven is normaal: dat is wat losse patina en niets om je zorgen over te maken. Verwacht andersom ook geen teflon: goed ingebrand gietijzer laat een spiegelei los, maar het blijft een werkoppervlak dat je met een beetje vet gebruikt. Waarom kamado-keramiek zichzelf grotendeels schoon stookt, is stof voor de ultieme kamado-gids; hier gaat het over dat ene materiaal dat verzorging vraagt.
Kaal of geëmailleerd? Kijk eerst wat je hebt
Voor je ook maar iets inbrandt: bepaal welk gietijzer je in handen hebt, want de twee soorten vragen tegengesteld onderhoud.
Kaal (ruw) gietijzer is dof, donkergrijs tot zwart en voelt licht korrelig. Alles wat verderop over inbranden, oliën en droog houden staat, geldt hiervoor. De meeste kamado-roosters, planchas en klassieke dutch ovens zijn kaal; op kogels en gasbarbecues zijn gietijzeren roosters juist vaak geporseleineerd, dus kijk goed.
Geëmailleerd of gecoat gietijzer heeft een glasachtige of gladde laag, vaak gekleurd, soms ook mat zwart. Die laag ís de bescherming: geëmailleerd gietijzer brand je niet in, want de olie heeft niets om zich aan te hechten en op een fabriekscoating kan het inbrandproces de laag zelfs beschadigen. In ruil daarvoor mag geëmailleerd met afwaswater schoon, roest het niet op het kookvlak en is het de aangewezen keuze voor zure stoofgerechten. Let alleen op de onbedekte randen (bij veel pannen de rand van de deksel of de onderrand): die zijn wel kaal, dus droog ze goed en wrijf ze af en toe dun in met olie. Is de emaille op het kookvlak zelf beschadigd, dan brand je die plek niet meer dicht: de laag hecht daar niet blijvend. Houd hem droog; bij schilfers midden op het kookvlak zouden wij de pan vervangen.
Twee valkuilen bij het herkennen. Napoleon levert de gietijzeren roosters van zijn kogels met een porseleinlaag en schrijft toch invetten voor, en het is niet het enige merk dat van de hoofdregel afwijkt; check dus altijd even het voorschrift van je eigen merk, want de fabrikanten zijn het hier onderling niet over eens. En de wok die kamadomerken als Kamado Joe en The Bastard verkopen is geen gietijzer maar dunner plaatstaal: het onderhoud lijkt erop (inbranden, oliën, uit de vaatwasser houden), maar kaal plaatstaal roest sneller en krijgt van de fabrikant een hitteplafond mee (bij Kamado Joe zo’n 400 graden).
Nieuw gietijzer: wat betekent pre-seasoned?
Vrijwel alles wat je nu koopt is af fabriek al ingebrand; op de doos staat dan pre-seasoned. Bij de serieuze merken is dat een met olie opgebouwde inbrandlaag en hoef je niet in te branden: voor het eerste gebruik afwassen met warm water, goed drogen, klaar. Wil je de laag versterken, dan doe je een tot drie extra dunne inbrandcycli volgens het stappenplan hieronder; het kan geen kwaad en de pan wordt er alleen maar beter van. Ons eigen half moon-rooster van de Big Green Egg is nog geen enkele keer apart ingebrand: het is vanaf het begin dun ingevet, brandde met elke sessie verder in, blijft tussen de sessies vet en gaat na afloop mee naar binnen. Roest heeft het daardoor nog nooit gezien.
Er bestaat wel een uitzondering die het internet-advies “eerst de fabriekswas eraf schrobben” verklaart: op sommige goedkopere of industriële producten zit een vettig, plakkerig conserveringslaagje tegen transportroest, en dat wil je inderdaad niet onder je eten. Het verschil voel je: een echte inbrandlaag is droog en matzwart, een conserveringslaag vettig en kleverig. Voel je dat laatste, was het dan weg met warm water en afwasmiddel (bij zo’n kale start is zeep geen probleem, er is nog geen laag om te sparen) en brand daarna volledig in. En houd de eerste sessies op elke nieuwe laag simpel en vet: burgers, worst, spek. Zuur werk bewaar je tot de laag een paar sessies oud is; hoe dat precies zit, staat bij het onderhoud hieronder.
Gietijzer inbranden, stap voor stap
Het recept is voor rooster, plancha, skillet en dutch oven hetzelfde: flinterdun oliën, verhitten tot rond het rookpunt van je olie, laten afkoelen, herhalen. Dat kan op de bbq zelf of in de keukenoven.
Gietijzeren rooster inbranden op de kamado of bbq
Voor roosters en half moon-roosters is de bbq zelf de logische plek: alles past er ruim in en de rook blijft buiten. Nieuw toestel én nieuw gietijzer? Brand eerst de kamado zelf rustig in volgens de aansteekgids en doe het gietijzer bij de tweede of derde sessie. Zo doe je het:
- Was nieuw of kaal geschuurd gietijzer met warm water en droog het grondig. Leg het meteen in de bbq en stook die op met het gietijzer erin, zodat het rustig mee opwarmt. Haal het er met handschoenen uit zodra het handwarm tot goed warm is: op warm metaal smeert olie zich veel dunner uit.
- Wrijf alle kanten in met een olie met een hoog rookpunt (welke, staat hieronder), met een prop keukenpapier in een tang of met een hittebestendige handschoen aan, en haal er daarna met droog keukenpapier zoveel af dat je twijfelt of er nog iets op zit. Die twijfel is het juiste gevoel: de nauwelijks zichtbare film die overblijft is alles wat de laag nodig heeft. Glimt of druipt het nog, dan zit er te veel op en wordt het plakkerig.
- Direct of indirect? Indirect: leg het gietijzer met de platesetter of deflector ertussen in de kamado (op een kogel: kolen aan één kant, gietijzer boven de lege kant), deksel dicht, en houd de temperatuur zo’n drie kwartier tot een uur op 200 tot 230 graden. Boven directe kolen schiet de plaatselijke temperatuur ver voorbij wat de verse laag nodig heeft, en juist gelijkmatige hitte laat de olie netjes uitharden.
- Laat het gietijzer met de gedoofde bbq mee afkoelen en herhaal het invetten en stoken nog twee keer; dat mag verspreid over de volgende sessies, of je doet ronde twee en drie in de oven, als het erin past. Drie dunne lagen zijn sterker dan één dikke.
De merkvoorschriften lopen in temperatuur uiteen van 180 tot 260 graden, en één roostermerk wil zelfs bewust ónder het rookpunt blijven. In de praktijk werken al die varianten; rond of net boven het rookpunt komt het uitharden het vlotst op gang, en flinterdun is belangrijker dan het exacte getal. Nog een veiligheidsregel, die ook Big Green Egg in zijn onderhoudsuitleg zet: leg nooit een koud, zwaar stuk gietijzer in een gloeiend hete kamado. Het temperatuurverschil kan het gietijzer een thermische tik geven; laat het mee opwarmen.
Gietijzeren pan en dutch oven inbranden in de oven
Voor een gietijzeren pan of dutch oven werkt de keukenoven goed, al walmt het flink; zet de afzuiging aan of kies alsnog de bbq. Werkwijze: flinterdun invetten en afwrijven, deksel apart, omgekeerd op het rek (druppels kunnen dan niet in de pan blijven staan), bakplaat of folie eronder, een uur op dezelfde 200 tot 230 graden, en in de uitgezette oven laten afkoelen, zoals de pannenmerken zelf voorschrijven: de laag hardt uit terwijl de hitte langzaam wegtrekt.
Is het resultaat plakkerig? Dan was de olielaag te dik, de temperatuur te laag of de tijd te kort. Niet kaal schuren: opnieuw verhitten tot de plek uithardt.
Welke olie gebruik je?
Kort antwoord: een neutrale supermarktolie (zonnebloem, koolzaad of druivenpit), flinterdun. Rond de oliekeuze zit de meeste ruis, dus eerst het principe: het rookpunt van een olie bepaalt bij welke temperatuur het inbranden op gang komt, niet hoe goed de laag wordt. Voor het inbranden wil je een olie die je oven of bbq makkelijk rond zijn rookpunt brengt; voor het bakken daarna wil je juist ruimte voordat iets verbrandt.
Ons standaardadvies: een neutrale allrounder. Zonnebloemolie, koolzaadolie of druivenpitolie: alle drie goed verkrijgbaar, alle drie met een rookpunt rond de 220 tot 230 graden, en alle drie vergevingsgezind. Ze bouwen een taaie, betrouwbare laag op zonder capriolen. Arachide- en rijstolie doen hetzelfde werk (arachideolie is zelfs wat Big Green Egg voorschrijft), en ook geklaarde boter (ghee), Amerikaans plantaardig bakvet zoals Crisco en de speciale gietijzer-sprays en -waxen van de merken werken; alleen doet geen van die opties iets wat de fles supermarktolie niet doet.
Lijnzaadolie: de hardste laag, en de brosste. Een deel van de merken schrijft lijnzaadolie voor als eerste keus, en daar zit een echte reden achter: lijnzaadolie is een drogende olie die harder en gladder uithardt dan elke andere eetbare olie. Maar er is een even serieus tegengeluid van een gietijzerfabrikant en een grote testkeuken: de lijnzaadlaag is bros en laat los in schilfers zodra je hem iets te dik aanbrengt of te weinig uithardingsrondes geeft. Wil je het toch: gebruik honderd procent pure lijnzaadolie van voedselkwaliteit (uit het koelvak, niet de rauwe lijnolie uit de bouwmarkt), flinterdun, en reken op minstens zes ovencycli. En gooi de gebruikte doekjes niet verfrommeld in de prullenbak: een drogende olie als lijnzaad geeft bij het uitharden warmte af, en een opgepropte oliedoek kan daardoor uit zichzelf gaan smeulen; laat hem buiten plat uitgespreid drogen, of spoel hem goed uit en leg hem in water. Voor een bbq-rooster dat toch al hard leeft, vinden wij de robuuste allrounder de verstandiger keuze.
Wat je laat staan. Olijfolie is het enige vet dat meerdere merken letterlijk verbieden: het rookpunt is te laag, het verbrandt te snel en volgens een van de merken kan het gietijzer er groen van uitslaan. Roomboter verbrandt nog eerder. En kokos- en avocado-olie staan bij Kamado Joe op de afraadlijst voor het inbranden van zijn plaatstalen wok en pannen, en voor gietijzer geldt hetzelfde principe, hoe populair ze in de keuken ook zijn.
Beschermen is geen inbranden. Gaat je gietijzer schoon en droog de kast of de winterberging in, dan hoeft de olie alleen als beschermlaagje te dienen en telt het rookpunt niet; elke neutrale plantaardige olie volstaat daar. Vandaar dat je in stallingsadviezen simpelweg “neutrale olie” leest waar inbrand-instructies over rookpunten beginnen: het zijn twee taken van dezelfde fles.
Gietijzeren rooster schoonmaken en onderhouden: dertig seconden na elke sessie
Al het grote onderhoud hierboven is uitzondering; dit is de regel, en hij kost je minder tijd dan het uitpakken van je tang. Ga meteen na het grillen, zolang het rooster nog warm is, met een messing borstel over de spijlen (een stalen borstel schraapt de patina mee), veeg na met keukenpapier en wrijf het dun in met olie zodra je toch bij de bbq staat. Pannen en planchas: uitvegen, bij aangekoekte resten warm water en een borstel of wat grof zout als schuurmiddel, drogen, dun oliën. Het schema van onze onderhoudsgids zet die dagelijkse routine naast het grote onderhoud.
Drie regels waar vrijwel elk merk het over eens is: nooit in de vaatwasser (agressief, en het metaal blijft er lang nat), nooit urenlang laten weken, en nooit nat opbergen. Drogen doe je met een doek en daarna even op de nagloeiende bbq of het fornuis; aan de lucht laten drogen is verraderlijk genoeg juist een roestrecept. Een dutch oven berg je op met een prop keukenpapier of een stukje karton tussen pan en deksel, zodat er lucht bij kan.
En dan de zeepvraag: mag er afwasmiddel aan te pas komen? De laag zelf kan tegen modern afwasmiddel; het oude verbod stamt uit de tijd van loogzeep, die de patina wel degelijk sloopte. Toch houden meerdere merken het verbod aan, deels omdat kaal gietijzer geuren kan opnemen. Onze lijn: warm water en een borstel zijn vrijwel altijd genoeg, een druppel afwasmiddel bij een vette klus is geen doodzonde, en het gevaar is niet de zeep maar het water dat te lang blijft staan. Zuur (tomaat, wijn, citroen) vraagt om één heldere regel: op een jonge laag hooguit een korte scheut, dus deglaceren met wijn mag, een zure stoof niet; op een goed opgebouwde patina mag zuur, zolang de bereiding onder de drie kwartier blijft (de vuistregel van gietijzerfabrikant Lodge). Alles wat langer met tomaat of wijn pruttelt, hoort in een geëmailleerde pan.
Schoonbranden met het gietijzer erin: eruit of laten liggen?
Ons antwoord op een vraag die de fabrikanten grotendeels onbeantwoord laten: pannen, planchas en dutch ovens eruit; het grillrooster mag blijven liggen, mits je het borstelt en invet zodra je het kunt aanpakken. De reden zit in wat een schoonbrand met de patina doet. Een schoonbrand op 250 tot 275 graden (of 300 tot 315 bij schimmel, zoals onze onderhoudsgids voorschrijft) brandt niet alleen aangekoekt vet weg: zonder verse olie erop verkleurt en verdunt hij ook de patina. Bij de reguliere schoonbrand zie je dat als dof worden; bij de schimmelbrand gaat een flink deel van de laag mee. Die laag is bestand tegen bak- en grilltemperaturen, niet tegen een uitstookbeurt.
Vandaar het onderscheid: bij pannen, planchas en dutch ovens heeft de laag echte bakwaarde en die bouw je niet zomaar even opnieuw op, dus die haal je eruit. Het grillrooster mag je pragmatisch laten liggen: de schroeisessies van alledag slijten de toplaag toch al telkens een beetje, en zo brandt het rooster mooi mee schoon. De prijs is wel dat het daarna kaal is. Behandel het dus als kaal metaal: zodra je het kunt aanpakken borstelen en dun oliën, anders ligt er binnen een paar dagen een roostervormige roestwaarschuwing in je kamado.
Hoe erg is roest op gietijzer?
Roest op gietijzer is bijna nooit het einde; het is vooral een boodschap dat vocht ergens de vetlaag heeft verslagen. Lees hem zo:
- Een oranje waas binnen een paar uur op vers geschuurd of kaal gemaakt ijzer is vliegroest (in het Engels flash rust): geen schade, alleen bloot metaal dat om olie vraagt. Wegvegen, invetten, klaar.
- Stoffige, lichtoranje roest is oppervlakkig: een poetsbeurt en een oliebeurt en je bent er vanaf. Een rooster dat lichter of grijzig van kleur wordt, is hetzelfde verhaal in een vroeger stadium: de vetlaag is op, grijp in voordat de roest komt.
- Schilferige, roodbruine roest heeft aan het metaal zelf geknaagd. Nog altijd te redden, maar nu met het zwaardere gereedschap hieronder.
- Putjes in het oppervlak betekenen dat er metaal verloren is, en dat komt niet terug. Toch is een licht geput rooster na het azijnbad en een volledige inbrandbeurt gewoon bruikbaar: nieuwe patinalagen kunnen de putjes sessie na sessie weer opvullen.
- Doorgeroest is op. Spijlen die door en door roesten, flinters die na twee herstelrondes terugkomen of scherpe randen: dan is vervangen wat wij adviseren; een merkregel bestaat hier niet. Een gietijzeren rooster dat buiten leeft is een slijtdeel met een lange, maar geen eeuwige levensduur.
Dan de vraag die niemand hardop stelt: is dat beetje roest gevaarlijk als het bij het eten komt? De tetanus-angst kun je laten varen: die bacterie leeft in grond, niet in roest; dat verband is een hardnekkige mythe. Een verdwaald spikkeltje ijzeroxide is voor gezonde mensen ook geen acuut probleem, en wie een ijzerstapelingsziekte zoals hemochromatose heeft, let toch al op elke extra ijzerbron. Maar lekker of verstandig is het niet: roest geeft metaalsmaak af en losse schilfers horen niet op je bord. Het advies blijft dus simpel: eerst de roest weghalen, dan pas eten erop.
Roest verwijderen: van poetsbeurt tot azijnbad
Werk van licht naar zwaar, en wat je ook kiest: elke roestklus eindigt met het herstellen van de laag. Na een klein plekje volstaat dun oliën plus de eerstvolgende vette sessie; na een sodabad of azijnbad brand je volledig opnieuw in, drie rondes. Roest weghalen zonder de laag te herstellen is dweilen met de kraan open, want kaal ijzer kleurt binnen een paar uur alweer oranje.
- Licht: borstel of staalwol. Schuur de roestplekken weg met een staalborstel of staalwol, niet fanatieker dan nodig (staalwol schuurt ook gezond ijzer weg; op een roestplek valt geen patina meer te sparen, dus hier mag staal). Afspoelen, direct drogen, direct dun oliën, en bij een klein plekje is dat alles.
- Middel: soda of grof zout. Hardnekkiger aanslag week je een nacht in een sodabad, het huismiddel dat Grill Guru zelf voorschrijft; dit is de ene keer dat weken mag, omdat je de laag daarna toch opnieuw opbouwt en het ijzer meteen droogt en oliet. Of je schrobt met grof zout en een scheut olie als schuurpasta: het zout schuurt, meer doet het niet; daarna stap 1 afmaken.
- Zwaar: het azijnbad, met de klok erbij. Voor een rooster of pan die serieus onder de roest zit: dompel het onder in half water, half gewone natuurazijn (4 procent); neem je schoonmaakazijn (8 procent), verdun dan één deel op drie delen water. Klok maximaal dertig minuten per ronde en kijk elk kwartier even; zodra de roest loskomt, schrobben en stoppen. Azijn kent geen stopknop: is de roest weg, dan bijt het zuur door in het gezonde ijzer. Liever een paar korte rondes dan één lange, en nooit een nacht laten staan. Daarna grondig spoelen, meteen drogen, meteen oliën (anders zie je de vliegroest voor je ogen verschijnen) en volledig opnieuw inbranden, drie rondes.
Red je een oud erfstuk of een marktplaatsvondst die tot op het ijzer verwaarloosd is, weet dan dat de restauratiewereld daarvoor loogbaden en elektrolyse gebruikt; dat is specialistenwerk met eigen veiligheidsregels en voor een bbq-rooster zelden nodig.
Roest op gietijzer voorkomen
Roest heeft drie vrienden: water, kaal ijzer en stilstand. Alle preventie valt terug te brengen tot het weghouden van die drie.
Na elke sessie dun invetten is het grootste deel van het werk; dat is de dertig-seconden-routine hierboven. Droog opbergen is de rest: nadrogen met doek of restwarmte, nooit een nat rooster terugleggen en de deksel sluiten; losse stukken zoals een half moon-rooster of een plancha kunnen na afloop mee naar binnen.
De gesloten kamado is een vochtkamer. Dat klinkt gek voor zo’n dik toestel, maar een kamado die weken dicht en ongebruikt staat, houdt vocht vast; as onderin werkt als een spons en houdt het toestel van binnen klam. In datzelfde binnenklimaat, waar schimmel van houdt, ligt je rooster te roesten. Onze vuistregel: stook je wekelijks, dan brandt elke sessie het toestel kurkdroog en ligt een ingevet rooster er goed; zet beide schuiven zodra het keramiek helemaal is afgekoeld op een kier van een centimeter of twee, dan kan restvocht weg. Sta je langer dan een paar weken stil: haal het gietijzer eruit, vet het in en leg het droog binnen, en schep de as eruit. In ons klimaat, met een luchtvochtigheid die over het jaar rond de tachtig procent ligt, wint vocht het buiten altijd van goede voornemens.
De hoes helpt, met voorwaarden. Een hoes hoort over een koude en droge kamado, liefst een ademend exemplaar, met het stormkoord vast. Over een natte of nog warme kamado houdt een hoes het vocht juist gevangen. En voor de winter geldt het complete stallingsplan uit onze gids over de kamado winterklaar maken: gietijzer is daar het enige onderdeel dat standaard mee naar binnen gaat.
Ons eigen kogelrooster is overigens zo’n geporseleineerd Napoleon-rooster van hierboven. Het ligt al sinds de winter van 2018 op 2019 in een kogel die zomer en winter buiten staat, vraagt niet meer dan zo nu en dan een dun laagje olie en heeft in al die jaren nog geen roestplek laten zien. Hoe je bij een kogel het rooster kiest, behandelt onze gids over een houtskool-bbq kopen.
Topvents en andere gietijzeren buitenbeentjes
Niet al het gietijzer op je kamado is kookoppervlak. De klassieke draaischijf-topvent (de margrietschijf van oudere Big Green Eggs, de topcap van The Bastard, de topvent van de eerste Kamado Joe-generatie) is gewoon gietijzer en vraagt hetzelfde onderhoud: zo nu en dan dun invetten, nooit weken, en roest wegborstelen zodra je hem ziet. Een roestplekje op zo’n schijf hoort bij het materiaal en zegt niets over je toestel; het vraagt dezelfde oliebeurt als je rooster. Let op de uitzondering: moderne gecoate topvents zoals de rEGGulator van Big Green Egg hebben een roestwerende fabriekslaag en mogen juist níet worden ingebrand; daar volstaat af en toe een druppel olie op een doekje. Wie het gietijzeren geschuif beu is: Kamado Joe verkoopt de gietaluminium Kontrol Tower, die op elke Classic, Big Joe en Konnected Joe past (niet op de Joe Jr), en voor Big Green Egg en Kamado Joe bestaan rvs-kappen van derden.
Een luchtschuif of regelaar die door roest stroef wordt, is hetzelfde mechanisme in het klein: kaal metaal plus vocht plus stilstand. Licht invetten van de glijvlakken houdt hem soepel; gebruik op alles waar eten bij in de buurt komt plantaardige olie of een voedselveilig (NSF H1) smeermiddel, en nooit kruipolie of gewone spuitbussmering. Zit hij muurvast, dan is invetten te laat en wordt het een losmaakklus, geen onderhoud meer.
Gietijzer of rvs: wat past bij jou?
De beslisregel in één zin: geen zin in onderhoud, dan rvs; wil je sear-kracht en stoofwerk en is dertig seconden per sessie geen straf, dan gietijzer. Dat is de afweging voordat je koopt, want het beste onderhoud is onderhoud dat bij je past. Gietijzer brandt diepere strepen en zakt niet in temperatuur zodra er koud vlees op komt; op een gietijzeren plaat druipt het smeltende vet bovendien niet in de kolen maar blijft het onder de steak zijn werk doen, en waarom dat juist bij een vette steak zo goed werkt, legt onze ribeye-gids uit. In ruil daarvoor vraagt gietijzer de routine van hierboven. Ons lievelingsstuk gietijzer is het half moon-rooster dat bij het afgrillen na een reverse sear laag boven de kolen ligt.
RVS vraagt bijna niets: sopje mag, roest speelt bij normaal gebruik niet, en dun rvs-draad schroeit op een hete kamado ook strepen. Staat je bbq buiten zonder toezicht of stook je onregelmatig: kies rvs en kijk er nooit meer naar om; dat is een volwaardige keuze, geen verlegenheidsoplossing. Kies je gietijzer, dan gaat het met die gewoontes decennia mee. Welke roosters, planchas en dutch ovens de moeite waard zijn, hebben we voor je uitgezocht in de kamado-accessoiregids.


PRAAT MEE
Heb je vragen over dit artikel of wil je je eigen ervaringen delen? Laat het ons weten in de reacties hieronder! Je krijgt binnen 24 uur antwoord van échte BBQ Nerds.