Een kamado is een eivormige barbecue van dik keramiek die op houtskool brandt: barbecue, smoker en steenoven in één toestel. Dat keramiek isoleert zo goed dat hij urenlang stabiel op temperatuur blijft: hij zakt naar 80 °C en klimt tot ruim 400 °C voor pizza. En dat merken we om ons heen: steeds meer barbecuefanaten maken de overstap van gas of ketel naar keramiek.
Een kamado regelt zichzelf. Tenminste, dat is de belofte. In de praktijk moet je de luchtschuiven snappen en een temperatuurpiek vóór zijn; en dan nog gaat het soms mis. Na het lezen weet je hoe een kamado werkt en sta je zelfstandig achter je eerste sessie: aansteken, temperatuur regelen en netjes doven.
Wat is een kamado?
Een kamado is een keramische bbq: een houtskoolbarbecue met een eivorm en dikke keramische wanden. Je hoort ook kamado barbecue of kamado grill: allemaal namen voor hetzelfde toestel. Dat keramiek isoleert vele malen beter dan het plaatstaal van een ketel- of gasbarbecue, en dat verschil merk je overal: hij verstookt ongeveer de helft minder houtskool dan een ketelbarbecue, houdt zijn temperatuur in onze metingen binnen zo’n 5 °C van het doel en dekt alles van 80 tot ruim 400 °C. Daarom doet hij in z’n eentje het werk van drie apparaten.
Het verschil met een gewone bbq zit niet in het vuur, maar in de schil. Een stalen barbecue lekt zijn warmte naar buiten en vraagt daardoor veel brandstof en aandacht. Keramiek slaat de warmte juist op en geeft hem gelijkmatig af: jij bepaalt de temperatuur met twee luchtschuiven, het keramiek houdt hem vervolgens vast. Hoe de kamado zich verhoudt tot de acht andere typen zie je in ons overzicht van alle bbq-soorten.
Voor de aanschafvraag, welk merk en formaat, is er onze kamado-koopgids; hier leer je eerst hoe het toestel werkt en wat je ermee kunt.
Wat betekent kamado? De geschiedenis in het kort
Kamado is Japans voor fornuis of kookplaats. De vorm is ouder dan de naam: vergelijkbare kleiovens ontstonden meer dan 3.000 jaar geleden in China en kwamen via Korea rond 300–500 na Christus naar Japan, waar ze werden verfijnd tot de mushikamado, een keramische rijststoomoven. Amerikaanse soldaten ontdekten die kooktechniek na de Tweede Wereldoorlog en namen het concept mee naar huis; in de jaren zeventig begonnen Amerikaanse fabrikanten er commerciële keramische kamado’s van te maken, met roosters voor indirect garen en verfijnde luchtschuiven. Die lijn loopt rechtstreeks door naar het toestel op jouw terras.
Hoe werkt een kamado?
Een kamado werkt op luchtstroom. Onderin zit een verstelbare luchtschuif die verse lucht binnenlaat, bovenop een schuif die de warme lucht afvoert; het vuur trekt die stroom er zelf doorheen. Met die twee schuiven bepaal je de temperatuur:
- Meer zuurstof (schuiven open) = hogere temperatuur
- Minder zuurstof (schuiven dicht) = lagere temperatuur
Open de deksel van een kamado die op 200 °C draait (eerst even burpen, zie de veiligheidssectie) en je voelt direct het verschil met een gewone bbq: een warme, droge luchtstroom die naar houtskool ruikt, in plaats van de vette rookwolk van een ketelbarbecue.
Drie soorten warmteafgifte: het geheim van de kamado
Dat een kamado zo veelzijdig is, heeft een simpele verklaring. Hij geeft zijn warmte op drie manieren af:
1. Stralingswarmte vanuit de kolen. Op een traditionele barbecue komt de warmte bijna uitsluitend van onderaf. Op een kamado heb je deze warmte ook, maar je regelt hem met een platesetter (keramisch hitteschild).
2. Stralingswarmte vanuit de dome. Uniek aan de kamado: de wanden en deksel (dome) van keramiek slaan warmte op en stralen die terug. De eivorm kaatst die warmte gelijkmatig naar je eten, alsof je in een steenoven kookt. Daarom lukken pizza en brood er zo goed op.
3. Convectiewarmte. Door de ronde vorm circuleert hete lucht vanzelf door de kamado. Die convectie gaart je eten egaal, als een heteluchtoven zonder ventilator.
Waarom is hij zo stabiel en zuinig?
De stabiliteit komt uit de thermische massa van het keramiek: die dikke wanden werken als een buffer die pieken en dalen in het vuur gladstrijkt, waardoor een goed ingestelde kamado de hele sessie binnen een paar graden van het doel blijft hangen; vandaar die 5 °C uit onze metingen. Zuinig is hij om dezelfde reden: de warmte blijft binnen, dus het vuur hoeft maar zachtjes te branden. Waar een standaard ketelbarbecue al snel 1–2 kg houtskool per sessie verbruikt, doet een kamado hetzelfde met ongeveer de helft.
Die kleine luchtstroom heeft nog een voordeel. Er verdampt veel minder vocht, en dat merk je op je bord: sappiger vlees. Ook het weer krijgt er weinig vat op: een kamado haalt zijn temperatuur ook bij vrieskou, je betaalt alleen met wat extra houtskool en een langere opwarmtijd.
Hoe bijzonder die stabiliteit is, merken we in onze eigen tuin. We hebben er al een paar jaar ook een Pit Boss-pelletgrill bij, en die is, mét zijn elektronische regeling, een stuk minder stabiel dan de kamado. Op hoge temperatuur jaagt zo’n pelletgrill er bovendien flink pellets doorheen; daarvoor pakken we eigenlijk bijna altijd de kamado.
Wat kun je met een kamado?
Vijf technieken dekken samen vrijwel alles wat je op een kamado wilt klaarmaken: low & slow, direct grillen, reverse sear, pizza en roken. Hieronder lees je per techniek hoe die werkt en waar de verdieping staat. Zin om ze meteen in de praktijk te brengen? In onze kamado-recepten per techniek staan onze 20 favorieten, met bij elk recept waarom de kamado daar het verschil maakt.
Low & slow roken (90–140 °C)
Perfect voor grote stukken vlees die uren de tijd nodig hebben. Opstelling: indirect met platesetter. Ideale temperatuur: 110 °C. Typische gerechten bij 110 °C, gerekend per kilo in plaats van op de klok: pulled pork van procureur met bot (boston butt) vraagt 3,3–4,4 uur per kg tot een kern van 91–95 °C; een butt van 4 kg komt zo uit op 13–18 uur. Voor brisket geldt 3,3 uur per kg voor een hele packer (de flat en de point nog aan elkaar) tot een kern rond de 94 °C (zoekvenster zo’n 90–96 °C), en 2,2–3,3 uur per kg voor alleen de flat. Spareribs rekenen anders: het gewicht doet er door hun egale dikte weinig toe, dus houd 5–6 uur totaal aan tot 92–95 °C (boterzacht, het vlees laat net los van het bot); voor competitie-stijl met vastere bite stop je rond 90 °C.
Onderweg kom je bij grote stukken de stall tegen, het beruchte plateau rond 65–75 °C kern: de stijging valt daar soms uren stil, doordat het vlees vocht afstaat en die verdamping de warmte er net zo snel uit haalt als het vuur hem erin stopt. Hoe dat eruitziet op de thermometer zagen we bij onze eigen pulled pork: de kern zakte tijdens de stall zelfs terug van 70 naar 60 °C en klom na het inpakken alsnog door naar 97 °C. De temperatuurgrafiek van die sessie staat in onze kerntemperatuurgids voor spareribs en pulled pork.
De kamado is hier in zijn element: uren op precies dezelfde temperatuur, met een minimum aan houtskool. Vertrouw altijd op je kernthermometer, niet op de klok: vetverdeling, vleesdikte en starttemperatuur wegen zwaarder dan gewicht alleen. En is je vlees uren eerder klaar dan je gasten? Geen paniek: in folie, met een handdoek eromheen in een dichte koelbox, bleef onze brisket vele uren warm. Uitgewerkte klassiekers, met kerntemperaturen en nagaring per recept, vind je bij onze bbq recepten.
Na 8 uur low & slow herken je een goede sessie aan drie dingen. De rook is dun en blauwig, niet dik en wit. De bark heeft een diepe mahoniekleur: de rub is versmolten tot een korst áán het vlees (kruiden trekken niet diep het vlees in; wat je proeft zit aan de buitenkant). En als je de deksel opent, eerst burpen, ruik je zoete houtrook in plaats van scherpe brandlucht. De buitenkant van het keramiek is dan te heet om aan te raken, dus pak je hittebestendige handschoenen erbij. Horen doe je zo’n sessie amper; hooguit sist er wat vet op de platesetter of in de lekbak. Hoe je zo’n lange sessie opzet, van vuurkorf vullen tot de laatste uren, lees je in onze gids over low & slow op de kamado.
Grillen (180–250 °C)
Direct grillen zonder platesetter. Ideale temperatuur: 200–220 °C. Een ribeye van 3 cm haal je na 3–4 minuten per kant van het rooster bij 52 °C kern; de nagaring (2–4 °C) tilt hem naar 54–56 °C, medium-rare. Hamburgers gaar je door tot 70 °C kern (gehakt); reken op 4–5 minuten per kant. Alle kerntemperaturen per gerecht, mét de tijd-nuances erbij, staan in ons kerntemperatuur-overzicht.
Bij deze temperaturen is de houtskool veel meer aan het fikken: er slaan vlammen door het kolenbed en de trek door de schuiven is duidelijk hoorbaar. Wees bij het openen bedacht op een backdraft, zeker als je op hoge temperatuur grilt; daar is het burp-protocol in de veiligheidssectie voor.
Reverse sear (indirect + afgrillen)
Eerst gaar je het vlees indirect op 110–120 °C tot 8–10 °C onder je doeltemperatuur, daarna gril je het kort af boven de open kolen. Let op: de sear voegt nog 6–8 °C toe, reken die mee. Dikke steaks worden zo van rand tot rand rosé met een strakke korst. Stap voor stap, met tijden per dikte, lees je het in reverse sear op de kamado.
Bakken en pizza (150–400 °C)
Hier komt de kamado het dichtst bij een professionele steenoven. Bij een koepel van zo’n 300 °C (steenoppervlak ±275 °C) bak je in zo’n 5 minuten een pizza die moeiteloos kan tippen aan die van je favoriete pizzeria; met een pizzamond erbij mag je richting de 400 °C voor echt Napolitaans werk. Het gloeiende keramiek rondom werpt zijn warmte van alle kanten op de pizza terug, precies wat de bodem nodig heeft. Het complete stappenplan staat in pizza bakken op de kamado. Een goede steen is hier het halve werk; welke je kiest, hebben we uitgezocht in de beste pizzasteen voor je kamado.
Roken
Met een paar chunks rookhout (vuistgrote blokken, geen snippers; denk aan hickory, appel of kers) in je houtskool voeg je een diepe, complexe rooksmaak toe aan je gerechten. Eerlijk is eerlijk: de smoke ring is niet het sterkste punt van de kamado. Die roze rand ontstaat door verbrandingsgassen (stikstofmonoxide) die zich aan het vlees binden, en de zuinige, zuurstofarme verbranding van een kamado maakt daar juist minder van dan een offset smoker. Wil je toch een mooie ring? Leg je vlees koud en vochtig op het rooster en gebruik chunks op fel gloeiende kolen. En onthoud: de ring is puur cosmetisch; de rooksmaak wordt er geen grammetje dieper van.
Die rooksmaak hebben we inmiddels zelf kunnen vergelijken: op onze Pit Boss-pelletgrill lekker, maar met nét iets minder diepgang dan op de kamado. Houd je juist van heel subtiele rook, dan is dat daar een pluspunt; wil je diepte en complexiteit, dan wint de kamado met een paar goede chunks. Welke houtsoort bij welk gerecht past, en wanneer je de chunks toevoegt: dat zetten we op een rij in roken op de kamado.
Aan de slag: je eerste kamado-sessie
Vier stappen staan tussen jou en je eerste geslaagde sessie: eenmalig inbranden, aansteken, op temperatuur komen en na afloop doven. We lopen ze alle vier langs.
Je kamado inbranden (doe dit als eerste)
Een gloednieuwe kamado bevat nog vocht in het keramiek. Dat vocht moet er geleidelijk uit voordat je de kamado op hoge temperaturen gebruikt, anders riskeer je haarscheurtjes door thermische spanning.
Het inbranden is eenvoudig: bouw de temperatuur in stappen op. Start met een klein vuurtje tot 100 °C en houd dat 30 minuten aan. Verhoog dan naar 175 °C (30 minuten) en rond af op 250 °C (30 minuten). Ga de eerste drie sessies niet boven de 250 °C: het keramiek moet zijn restvocht kwijt en de lijm van het vilt hardt in die eerste sessies uit. Fabrikanten leggen zulke grenzen zelf op, en sommige zijn strenger dan ons protocol: The Bastard staat de eerste drie sessies maximaal 200 °C toe (stop het inbranden daar dus bij 200 °C en bewaar de stap naar 250 °C voor sessie vier), Big Green Egg wil de allereerste sessie onder de 180 °C houden (die keer eindig je na de stap op 175 °C en de 250-stap doe je in je tweede sessie). Geldt voor jouw merk een strengere grens, dan wint die. Bij elke stap regel je de temperatuur met de luchtschuiven.
Pro tip
Je kunt het inbranden prima combineren met een eerste cook. Leg tijdens de stap op 175 °C een paar worstjes of kipdijen op het rooster, en open de deksel daarbij volgens het burp-protocol uit de veiligheidssectie hieronder, ook nu al. Kip is gaar bij 71 °C kern (veilig als de kern minstens een minuut boven de 69 °C blijft; houd bij zwangerschap of kwetsbare weerstand 75 °C aan). Zo is het inbranden meteen geen verloren middag.
Je kamado aansteken in 5 stappen
Het aansteken van een kamado gaat anders dan je gewend bent: je werkt altijd met 100% natuurlijke aansteekmiddelen (aanmaakwokkels of een One Minute Lighter). Nooit aanmaakblokjes met paraffine of vloeibare aanmaakmiddelen. Die chemicaliën dringen diep in het keramiek en je blijft ze nog sessies terugproeven.
- Zet beide luchtschuiven volledig open en verwijder overtollige as
- Vul de vuurkorf met flinke stukken houtskool: halverwege volstaat voor kort grillen, tot twee derde voor low & slow en alleen voor een nachtsessie helemaal vol
- Steek aan met wokkels of een One Minute Lighter (deksel open)
- Geef de houtskool circa 10 minuten om een mooie gloed te ontwikkelen
- Sluit de deksel en zet de luchtschuiven meteen in de stand van je doeltemperatuur (zie de tabel hieronder); de kamado klimt er vanzelf naartoe. Wacht je met terugschuiven tot hij op temperatuur is, dan schiet hij eroverheen, en terugkoelen gaat traag.
Drie aansteekmethoden naast elkaar, met tijdmetingen per methode, vind je in kamado aansteken: zo doe je het in 15 minuten.
Temperatuur regelen: de basis
Wat je ook op het rooster legt, het begint bij dezelfde twee schuiven. Grof werk doe je onderin: die schuif bepaalt hoeveel zuurstof het vuur krijgt. Bovenop stuur je daarna per graad bij.
Luchtschuifwaarden zijn kamado-specifiek: geen twee topvents zijn gelijk gebouwd, dus een stand in centimeters betekent op een BGE iets anders dan op een Kamado Joe, The Bastard of Yakiniku. Daarom geeft de tabel hieronder geen centimeters maar procenten: hoe ver de schuif openstaat ten opzichte van helemaal open. IJk die startpunten daarna met je eigen thermometer.
| Doeltemperatuur | Onderste schuif | Bovenste schuif |
|---|---|---|
| 90–120 °C (low & slow) | 15–20% open | 15–25% open |
| 150–180 °C (indirect garen) | 25–35% open | 25–35% open |
| 200–250 °C (grillen) | 40–60% open | 30–50% open |
| Vanaf 300 °C (pizza) | (Bijna) volledig open | (Bijna) volledig open |
De basisregel: stel klein bij en geef elke aanpassing 10–15 minuten om het effect te tonen. Een kamado reageert traag maar zeker. Exacte schuifstanden per merk, met eigen meetdata van vier kamado’s, staan in temperatuur regelen op de kamado: de complete gids.
Naast de dekselthermometer wil je ook de temperatuur ín het vlees kunnen meten. Vertrouw dat klokje in de deksel sowieso niet blind: in onze metingen loopt zijn afwijking op tot zo’n 30 °C vergeleken met wat er op roosterhoogte echt gebeurt. Voor een meter die wél klopt, is er onze kernthermometer-koopgids.
Je kamado uitzetten: doven en kolen hergebruiken
Uitzetten is bij een kamado letterlijk de lucht afknijpen: schuif onder- en bovenschuif helemaal dicht en houd de deksel gesloten. Zonder zuurstof dooft het vuur vanzelf: zo laat je een kamado uitgaan, zonder water of gedoe. De onverbrande kolen liggen er de volgende keer gewoon nog; even bijvullen met vers spul en je kunt opnieuw aansteken. Is de kamado daarna volledig afgekoeld (buitenkant handwarm; na een hete sessie duurt dat een paar uur), zet de topvent dan 1–2 cm op een kier: zo kan restvocht ontsnappen en blijft de binnenkant fris in plaats van muf. Niet eerder: zolang er gloed in de kolen zit, geef je ze met een open topvent weer lucht.
Na het sluiten houdt de kamado nog een klein uur bruikbare restwarmte vast; genoeg om een handje noten te roosteren of tomaten en kruiden te drogen. Open de deksel daarvoor wel volgens het burp-protocol uit de veiligheidssectie hieronder: juist een smorende kamado zit krap in de zuurstof.
7 beginnersfouten en hoe je ze vermijdt
1. Te snel opwarmen
Een kamado van koud naar 400 °C forceren kan het keramiek beschadigen, zeker als hij nog niet is ingebrand. Bouw de temperatuur altijd geleidelijk op.
2. De vuurkorf verkeerd vullen
Niet de hoeveelheid kolen is het probleem: de temperatuur regel je met de luchtschuiven, en wat niet opbrandt, doof en hergebruik je. Het gaat om wát je erin gooit. Gruis en kleine stukjes onderin blokkeren de luchtstroom, en kolen tot bóven de rand komen te dicht op je platesetter. Vul met flinke stukken en blijf onder de rand; het gruis bewaar je voor de open haard.
3. Bijsturen zonder te wachten
De grootste beginnersfout. Meerdere grote aanpassingen doen zonder het effect af te wachten leidt tot temperatuurschommelingen. Maak kleine aanpassingen en wacht 10–15 minuten.
4. Steeds de deksel openen
“Als je kijkt, gaar je niet.” Met elke blik onder de deksel laat je warmte ontsnappen en gooi je de stabiliteit weg. Plan je handelingen vooraf.
5. Backdraft negeren
Bij het openen van de deksel kan er een steekvlam ontstaan (backdraft). Volg het burp-protocol óók onder de 175 °C (zie de veiligheidssectie hieronder).
6. Verkeerde houtskool gebruiken
Supermarkthoutskool en briketten horen niet in een kamado. Het fijne gruis en de kleine stukken verstikken je vuur, briketten laten zoveel as achter dat de vuurkorf dichtslibt, en in goedkope exemplaren zitten bindmiddelen die in het keramiek trekken.
7. Onderhoud uitstellen
Het keramiek houdt zichzelf grotendeels schoon, maar het vilt (gasket) en de luchtschuiven verdienen aandacht. Is het gasket versleten, dan zuigt de kamado “valse lucht” langs de deksel naar binnen en reageert hij nergens meer voorspelbaar op.
Ging het toch mis? De drie snelste fixes
Temperatuur schiet door? Sluit beide luchtschuiven bijna volledig tot de temperatuur daalt. Open daarna voorzichtig tot je doeltemperatuur.
Temperatuur te laag? Kijk eerst of de kolen nog goed gloeien. Gloeien ze volop: schuiven verder open. Is de gloed bijna weg: steek bij met een One Minute Lighter en houd de deksel daarbij zo kort mogelijk open.
Luchtopeningen verstopt? Verwijder regelmatig as. Een verstopte aslade is de meest onderschatte oorzaak van temperatuurproblemen.
Nog niet opgelost? In kamado troubleshooting: 15 veelvoorkomende problemen staat per symptoom de oorzaak en de oplossing.
Kamado vs. andere barbecues: een eerlijke vergelijking
De kamado wint op veelzijdigheid, temperatuurstabiliteit en levensduur. De gasbarbecue wint op gemak en opwarmtijd. De ketelbarbecue wint op prijs. Welke het beste bij jou past, hangt af van hoe je barbecuet.
| Aspect | Kamado | Ketelbarbecue | Gasbarbecue |
|---|---|---|---|
| Aanschafprijs | € 500–2.500 | € 100–500 | € 300–1.500 |
| Verbruikskosten | € 3–7 per sessie | € 8–15 per sessie | € 2–5 per sessie |
| Opwarmtijd | 20–40 minuten | 15–30 minuten | 10–15 minuten (grill-klaar) |
| Temperatuurbereik | 80–400+ °C | 100–300 °C | 120–300 °C |
| Temperatuurstabiliteit | Zeer hoog | Gemiddeld | Hoog |
| Veelzijdigheid | Zeer hoog | Gemiddeld | Beperkt |
| Rooksmaak | Uitstekend | Goed | Beperkt |
| Levensduur | 10–20+ jaar | 5–15+ jaar | 5–10 jaar |
*Prijzen en waarden zijn indicaties, peildatum augustus 2026.*
We schrijven de ketel daarbij niet af: onze eigen Napoleon-kogel staat al sinds ongeveer 2018 jaarrond buiten en doet nog gewoon dienst. Maar moet één toestel én een hele nacht op 110 °C stilstaan én ruim 400 °C halen voor pizza, dan wijst de tabel hierboven maar één kant op: keramiek.
Pros
- Efficiënter brandstofverbruik
Ongeveer de helft minder houtskool dan een traditionele bbq, met de mogelijkheid resterende kolen opnieuw in te zetten
- Veelzijdig
Van pizza’s en appeltaarten tot gerookte brisket en gegrilde steaks
- Zelfreinigend
Etensresten branden er grotendeels vanzelf af; alleen as, vilt en roosters doe je zelf
- Uitzetten is niets doen
Luchtschuiven dicht, deksel dicht; het vuur dooft zonder omkijken
Cons
- Traag temperatuurherstel
De temperatuur verlagen als hij te hoog is opgelopen kost tijd; begin daarom altijd laag en bouw op
- Leercurve
De temperatuurregeling vereist oefening; begin met eenvoudige gerechten en werk naar complexer
- Hogere investering
Een kwaliteitskamado kost meer dan de meeste andere bbq’s; brandt hij regelmatig, dan verdien je dat deels terug via levensduur en verbruik, maar het instapbedrag blijft fors
Wat kost een kamado en welke merken zijn er?
Kamado’s lopen van zo’n € 500 voor een instapmodel tot € 2.500 voor een premium Large (peildatum augustus 2026). Budget, formaat en wat je ermee wilt doen bepalen welke het wordt; precies daarvoor bestaat onze koopgids. Kamado is het type, niet het merk: bekende namen zijn Big Green Egg, Kamado Joe, The Bastard, Yakiniku en het goedkopere Grill Guru.
De formaten op een rij: Small of Compact (rooster ±33 cm), Medium (±40 cm), Large (46–49 cm, merkafhankelijk) en XL (55+ cm). Kies daarbij niet op gezelschap alleen: wat je wilt bereiden telt zwaarder. Wie geregeld twee zones draait of grote stukken low & slow legt, zit ook met een klein gezelschap al snel aan een Large; niet voor niets is dat het gangbare gezinsformaat. Hoeveel roosterruimte elk merk in welke maat levert, staat per model in onze maten-gids; voor het definitieve formaat-advies per merk en prijsklasse zit je in de koopgids goed.
Nog niet zeker welke kamado bij je past? In onze koopgids zetten we de populairste merken en formaten tegen elkaar af, met eerlijk advies per prijsklasse. Let daarbij vooral op de garantie: die loopt uiteen van 2 jaar tot levenslang op het keramiek.
Welke kamado BBQ is de beste keuze voor jou?
Hoe de twee premium-giganten zich tot elkaar verhouden, staat in Big Green Egg vs Kamado Joe: welke is beter? En benieuwd hoe zo’n merk in de praktijk presteert? In onze Yakiniku kamado review lees je wat er na drie jaar gebruik sterk en zwak aan is; Yakiniku stelde ons dat toestel destijds beschikbaar om te testen.
Accessoires en houtskool: wat heb je echt nodig?
Twee accessoires zijn wat ons betreft écht onmisbaar: een platesetter (keramisch hitteschild; zonder dat ding geen indirect garen, low & slow of pizza) en een kernthermometer, omdat de dekselthermometer wel de dome meet maar niets zegt over de kern van je vlees. Daarna volgen een pizzasteen, hittebestendige handschoenen en een goede aspook. Reken voor een platesetter op zo’n € 80 tot € 120 (peildatum augustus 2026); wat je verder wél nodig hebt, wat nice-to-have is en waar je je geld beter niet aan uitgeeft: die schifting maken we in onze gids over kamado accessoires.
Dan de brandstof. Houtskool voor een kamado is altijd 100% natuurlijk; briketten horen er niet in. Hun hoge asproductie legt binnen een paar uur de luchttoevoer in de vuurkorf plat, en de bindmiddelen in goedkope briketten zetten hun geur af in het poreuze keramiek. Die geur krijg je er niet snel meer uit.
Begin je net met de kamado, start dan met een zachte soort als acacia (in de winkel vaak Black Wattle): die brandt vlot aan en luistert direct naar de schuiven. Voor lange low & slow sessies is harde houtskool (marabu, quebracho) beter: die haalt in een Large kamado 16–19 uur op 110 °C bij een volle vuurkorf (Medium: 12–16 uur, Small: 8–12 uur, XL: 20–24 uur). Plan je als beginner meteen een lange low & slow, pak dan toch de harde soort: zachte houtskool haalt die branduren niet. Koop nooit houtskool uit de supermarkt voor je kamado: die zakken zitten vol gruis en kleine stukken, en daar krijgt het vuur geen lucht doorheen. We hebben de populairste houtskoolsoorten naast elkaar getest op brandduur, temperatuurstabiliteit en asproductie; de uitslag staat in de beste houtskool voor je kamado.
Onderhoud: minder werk dan je denkt
Het goede nieuws: een kamado vereist opvallend weinig onderhoud. Het keramiek is grotendeels zelfreinigend: de meeste etensresten en aanslag verbranden vanzelf tijdens gebruik. Wat je structureel hoeft te doen: as verwijderen vóór elke sessie, het rooster borstelen, en zo nu en dan het vilt nalopen. Plan daarnaast af en toe een schoonbrand: 250–275 °C gedurende zo’n 30 minuten, of 300–315 °C voor 15–20 minuten als je na de winter schimmel aantreft.
Het vilt (gasket) rond de rand van je kamado zorgt voor een perfecte afsluiting. Hoe lang het meegaat, hangt af van materiaal, gebruiksfrequentie en onderhoud. Standaard vilt (zoals op de Big Green Egg af fabriek) slijt het snelst; wie vervangt, kiest vaak hittebestendig Nomex. De geweven glasvezelgaskets (standaard op Kamado Joe, en als Infinity Gasket op The Bastard) gaan volgens de fabrikanten ruwweg drie keer zo lang mee als standaardvilt. Gebruik je je kamado intensief, reken dan op eerdere vervanging. Je merkt de noodzaak als er rook onder de deksel ontsnapt of de temperatuur moeilijker te reguleren is.
Het volledige protocol, met schoonmaaktips per onderdeel en het vilt vervangen per merk, staat in kamado onderhoud: de complete gids; print daarbij ons downloadbare onderhoudsschema voor aan de schuurdeur. Slijt de afdichting tussen deksel en basis? Vilt of gasket vervangen doe je in een half uur. En met onze gids je kamado winterklaar maken komt hij zonder schade het voorjaar in.
Veiligheid: backdraft en het burp-protocol
Eén risico moet je kennen voordat je de deksel opent: backdraft. Binnenin draait een kamado op een klein beetje zuurstof. Gooi je de deksel in één beweging open, dan valt er ineens een golf frisse lucht op het hete kolenbed, en dat kan zich ontladen in een steekvlam.
Het risico is het grootst boven de 175 °C (de grens waarboven Kamado Joe het burpen verplicht stelt), wanneer er vet in de kolen is gedruppeld, of bij het bakken van pizza’s op hoge temperatuur. Volg dit protocol altijd, zelfs bij lagere temperaturen:
Het burp-protocol
Kiertje openen: til de deksel 3 tot 5 centimeter op een kier
Laten burpen: wapper hem 5 tot 10 keer op en neer op een kier, boven de 300 °C wat vaker
Geleidelijk verder: open in stapjes steeds iets verder
Volledig openen: nu kun je de deksel veilig helemaal openen
Waarschuwing
ik negeerde dit advies eens bij het bakken van pizza’s op ruim 300 °C. De steekvlam schroeide alle haartjes van mijn onderarm. Sindsdien volgen wij dit protocol zonder uitzondering, ook bij lagere temperaturen.
Nog één regel die boven alles gaat: een kamado brandt op houtskool en maakt daarbij koolmonoxide, een reuk- en kleurloos gas. Stook hem daarom in de open lucht en niet binnen, in een garage of onder een gesloten overkapping, ook niet even om droog te staan. De enige uitzondering is een ruimte met professionele afzuiging die rook en koolmonoxide continu afvoert: denk aan de industriële afzuigkappen waaronder restaurants hun kamado’s stoken. Een gewone afzuigkap of een open raam komt daar niet bij in de buurt. Op een balkon of onder een open overkapping is de vraag steeds dezelfde: kan de rook aan alle kanten vrij weg? Zo niet, dan is het geen plek voor houtskool.
In onze gids over backdraft voorkomen bij je kamado lees je stap voor stap hoe je veilig opent, ook op hoge temperaturen.
Wat ons betreft: de beste investering voor je buitenkeuken
Je haalt met een kamado zo veel meer in huis dan zomaar een barbecue. Je eerste exemplaar voelt misschien als een flinke uitgave, maar brandt hij geregeld, dan verdient die prijs zichzelf terug: je stookt goedkoper, je hebt geen tweede toestel meer nodig en hij gaat veel langer mee dan andere bbq’s.
Wat ons het meest verbaasde toen we begonnen met kamado’s? De stabiliteit. Hoe stabiel zo’n ding is qua temperatuur en hoe makkelijk je die bijstuurt. We wisten dat van de theorie, maar toch stonden we ervan versteld.
Eerste cook gepland? Begin met het inbranden hierboven en steek daarna aan volgens het stappenplan. Aan jou de keuze wat er als eerste op het rooster gaat. Lees ook:
- Welke kamado BBQ is de beste keuze voor jou? (koopadvies per merk, formaat en budget)
- Big Green Egg vs Kamado Joe: welke is beter? (directe vergelijking van de twee premium-giganten)
- Pizza bakken op de kamado BBQ
- De beste houtskool voor je kamado
- Temperatuur regelen op de kamado: de complete gids
- Low & slow op de kamado: de complete gids





Coen Vogelaar
Super