Een nieuwe kamado brand je in met één rustige sessie: de firebox (de vuurpot) half vol houtskool, één aansteekpunt, een half uur rond de 100 graden en daarna minstens een uur op 150 tot 175, niet hoger dan 180, alles afgelezen op de dekselthermometer. Eten kan al tijdens die eerste sessie, zodra de thermometer op 150 staat.
Het liefst leg je er meteen een pizza op, maar inbranden is juist de eerste, bewust lage stooksessie van een nieuwe kamado. Heeft je merk een drie-keer-regel, zoals The Bastard en Grill Guru, dan blijven de twee sessies daarna onder de 200 graden; zonder zo’n regel mag na de eerste sessie alles wat je merk toestaat, ook pizza en searen. Het keramiek zelf heeft dat inbranden niet nodig: het komt uit een fabrieksoven van ruim 1.200 graden. De eerste sessie is er voor de lijm onder het vilt (gasket), voor het vocht dat de poreuze wand in transport en opslag opnam, en voor de lak en lijmresten uit de fabriek. Na het afkoelen loop je de banden na.
Na het lezen weet je welke grens jouw merk stelt, wat er die eerste keer dampt en ruikt zonder dat er iets mis is, en wanneer de kipdijen erop mogen. Het aansteken zelf en het lezen van de schuiven laten we over aan de aansteekgids en de temperatuurgids. En inbranden is iets anders dan schoonbranden, het hete uitbranden van vet en roet; dat verschil komt onderaan.
Moet je een kamado inbranden?
Volgens Big Green Egg, Monolith, Yakiniku en Kamado Joe niet, volgens The Bastard, Grill Guru en Patton wel, en ons advies is bij elk merk één rustige eerste sessie. Big Green Egg noemt inbranden “helemaal niet nodig” en vraagt alleen dat je de allereerste keer onder de 180 graden blijft.
Bij The Bastard, Grill Guru en Patton blijven de eerste drie sessies onder de 200 graden. Grill Guru en Patton noemen die stappen in hun handleiding verplicht en schrijven erbij dat onjuist gebruik de garantie ongeldig maakt. Geen enkel merk noemt het inbranden in de garantievoorwaarden zelf; de koppeling loopt via het gebruik volgens de handleiding, en daar kan een merk zich bij een scheurclaim op beroepen.
Beide kampen hebben gelijk, omdat ze het over verschillende dingen hebben. Het keramiek hoeft niet te wennen, maar lijm, vocht, fabrieksresten en banden vragen om een geduldige eerste keer. Daarom adviseren wij één protocol voor alle merken, gebouwd op de laagste temperatuurgrens die wij bij een fabrikant zelf nalazen, de 180 van Big Green Egg, met een trap voor het vocht ervoor. Vraagt je merk meer, dan volg je je merk; zegt het minder of niets, dan volg je ons protocol. Per punt telt de strengste regel.
Wat er gebeurt als je het overslaat, is minder dramatisch dan de verhalen. Geen fabrikant zegt dat een kamado dan zeker scheurt; Grill Guru, Patton en The Bastard spreken van een risico bij een te snelle eerste opbouw. Een nieuw toestel meteen op pizzatemperatuur stoken kan wel gevolgen hebben. De lijm onder het vilt wordt dan in één keer heet in plaats van rustig op te warmen, en de rand kan loslaten. Een vochtige wand moet zijn stoom in één keer kwijt, en daarmee groeit de kans op haarscheuren in firebox en vuurring en, in het ergste geval, op een scheur door de wand. Het is dus een risico en geen zekerheid, en met een paar uur geduld neem je het grotendeels weg.
Eerste keer kamado gebruiken: dit regel je vóór je aansteekt
Het inbranden is ook het eerste gebruik van je kamado. Loop dit rijtje af voordat het vuur erin gaat.
- Verpakking eruit, binnenwerk op zijn plek. Eerst al het piepschuim en ander verpakkingsmateriaal uit de kamado, ook onder de firebox: wat blijft liggen, smelt of brandt mee. Kijk meteen of firebox, vuurring (de keramische ring op de firebox) en platesetter (het keramische hitteschild) heel zijn; een breuk die er bij levering al in zit, meld je met foto’s bij de dealer voordat je aansteekt. Zet de firebox recht in de basis met de opening naar de onderschuif, de vuurring erop en het kolenrooster erin: een scheve vuurring klemt zodra het keramiek uitzet.
- Geregistreerd. Bij de meeste grote merken hangt de garantie aan een registratie, soms met een termijn. Doe het nu, voordat er iets te claimen valt.
- Banden en scharnier handvast, niet muurvast. Loop vóór het aansteken met de sleutel na of de bouten van banden en scharnier aanliggen; meerdere merken vragen dat in hun handleiding. Handvast betekent: aandraaien tot de moer aanligt en de deksel niet meer verschuift, en dan stoppen.
- Thermometer geijkt. Haal de dekselthermometer eruit en houd de pen in kokend water: hij hoort op 100 graden te staan. Wijkt hij af, draai hem dan met de stelmoer achterop goed of vervang hem. Bij het inbranden is de dekselthermometer de maat: alle grenzen voor het toestel lees je daarop af. Voor je eten meet je wel met een aparte meter op roosterhoogte, want daar kan het 20 tot 30 graden schelen; vraagt een recept daar meer dan de deksel toelaat, dan gaat de grens op de deksel voor. Hoe je beide leest, is uitgelegd in de temperatuurgids.
- Natuurlijke houtskool, geen briketten, geen aanmaakvloeistof. Aanmaakvloeistof trekt in poreus keramiek en die lucht proef je sessies lang terug; meerdere merken laten de garantie dan bovendien vervallen. Briketten laten as en bindmiddel achter. De houtskoolgids vergelijkt welke houtskool goed werkt.
- Een droge dag en een ondergrond die tegen warmte kan. Regen op een hete deksel is een temperatuurschok van buitenaf. Op een houten vlonder hoort een plaat onder het toestel.
- Het vilt gecontroleerd. Rondom aangedrukt, nergens opgekruld. Zit het bij levering al los, maak dan een foto en meld het bij de dealer voordat je iets plakt: bij veel merken valt het vilt de eerste tijd onder de garantie, al verschilt de termijn per merk en rekent Monolith het tot de slijtdelen. Plak je het in overleg zelf, lees dan eerst verderop wat nieuw vilt voor de eerste sessie betekent.
Kamado inbranden in twee trappen: temperatuur en tijd per sessie
| Sessie | Wat je doet | Grens | Waarom |
|---|---|---|---|
| 1, het inbranden | Halve firebox binnen de kilogrens van je merk (zie de merkentabel), één aansteekpunt, onderschuif een vinger open en topvent op een kier. Eerste trap: 30 minuten rond de 100 °C. Tweede trap: langzaam naar 150 tot 175 °C en daar een uur of langer. Eten mag vanaf 150 °C. Doven met beide schuiven dicht. | Niet boven de 180 °C | De lijm onder het vilt krijgt zijn eerste warmte, en het vocht verlaat de wand rond de 100 °C |
| 2 en 3, bij een drie-keer-regel | Geleidelijk opbouwen vanaf één aansteekpunt, met wat je merk voor deze sessies voorschrijft (zie de merkentabel) | Niet boven de 200 °C | The Bastard, Grill Guru en Patton begrenzen de eerste drie sessies op 200 °C |
| Daarna (zonder drie-keer-regel: vanaf sessie 2) | Alles wat je merk toestaat, ook pizza en searen | De gewone grenzen van je merk | Het toestel heeft zijn rustige start gehad |
| Na elk van de eerste drie | Koud laten worden; banden en bouten nalopen en alleen aandraaien wat los zit; vilt en scharnier nakijken | Metaal zet meer uit dan keramiek, en het vilt onder de banden zet zich; Grill Guru, Kamado Joe en Monolith vragen dit nalopen zelf |
Sessie één, trap voor trap:
- Vul de firebox tot de helft met grote stukken houtskool, zonder de kilogrens van je merk te passeren (zie de merkentabel), en steek één punt aan, midden in de firebox, met een of twee aanmaakwokkels; de aansteekgids leert je hoe dat gaat zonder de stijging te versnellen. Een halve firebox is geen zuinigheid: de schuiven bepalen hoe heet hij wordt, maar een klein kolenbed met één aansteekpunt breidt langzaam uit en houdt een uitschieter klein. Zet de platesetter er nu al in, koud en met het rooster erop: hij warmt mee op, remt de stijging en je hebt hem nodig als je wilt eten.
- Deksel open tot de wokkels uitgebrand zijn, tien tot vijftien minuten. Dan de deksel dicht, de onderschuif een vinger open en de topvent op een kier.
- Eerste trap: rond de 100 graden. Laat de thermometer daar dertig minuten hangen; haalt hij de 100 niet binnen een half uur nadat de deksel dicht is, zet de onderschuif dan een vinger verder open. Of jouw toestel vocht in de wand heeft, zie je van buiten niet, en daarom sla je deze trap nooit over. Op een koude dag mag hij gerust een uur duren; stond het toestel al weken buiten, of een natte week zonder hoes, dan duurt hij minstens een uur, zoals bij het droogstoken verderop.
- Tweede trap: 150 tot 175 graden. Open de onderschuif iets verder en laat de thermometer in een kwartier of langer oplopen. Blijf daar een uur of langer. Hier mag het eten erop; burp de deksel daarvoor eerst: een kier van drie tot vijf centimeter, die kier vijf tot tien keer op en neer wapperen, dan pas open.
- Blijf onder de 180. 150 tot 175 is de trap en 180 de grens: een wijzer die even 185 aanwijst, is een seintje om te knijpen. Schiet hij door, zet de schuiven dan een stukje dicht en houd de deksel dicht, want een vuur dat lucht hapt, wordt alleen maar heter.
- Doven: beide schuiven dicht, deksel dicht, niets blussen. Wachten tot hij koud is, ook al is dat de volgende ochtend pas, en dan beide schuiven een centimeter of twee op een kier, zodat er geen vocht in blijft hangen.
- Koud: met de sleutel voelen of er speling op banden en scharnier zit, alleen wat los zit handvast aandraaien, en het vilt rondom nakijken. Geen merk noemt een minimum tussen twee sessies: koud en nagelopen is genoeg.
Schoot hij toch door, naar 200 of zelfs 250? Knijp de schuiven, laat hem terugzakken en maak de sessie af onder de 180; opnieuw beginnen hoeft niet. Een uitschieter betekent nog geen scheur: Kamado Joe staat het eerste uur 204 toe, en Yakiniku noemt 250 als voorbeeld. Zie je de viltrand tijdens de sessie loskomen, doof de kamado dan meteen. Ligt de rand na het afkoelen overal vast en zie je geen lijn door de wand, dan telt dit als sessie één; laat hij ergens los, dan lees je onder Niet normaal wat je doet. Met een Grill Guru of Patton zet een uitschieter boven de 200 wel je garantie op het spel: reden te meer om vroeg te knijpen.
Hoe lang duurt het inbranden van een kamado?
Reken op twee tot tweeënhalf uur met vuur erin, plus de nacht om af te koelen: tien tot vijftien minuten tot de wokkels uit zijn, de klim naar 100, dertig minuten op de eerste trap, een kwartier of langer klimmen en minstens een uur op de tweede trap. Met een Bastard, die de eerste trap twee uur wil, komt er anderhalf uur bij: reken dan op drieënhalf tot vier uur. Hoe snel de thermometer van koud naar 100 loopt, hangt af van de maat van het toestel, de houtskool en het weer. De tijden op de trappen zijn ondergrenzen.
Hoe vaak moet je een kamado inbranden: één sessie of drie?
Fysisch is één sessie genoeg: de lijm heeft zijn eerste warmte gehad, het vocht heeft de wand kunnen verlaten en de banden zijn nagelopen. Drie tot vijf sessies onder de 200 vraagt BosGrill voor zijn eigen kamado’s, en Grill Bill zelfs tien: de eerste vijf onder de 180 op de deksel, de volgende vijf op 200 tot 250. Heb je zo’n toestel, dan houd je dat aantal sessies en die grenzen aan. Van de merken in onze tabel begrenst er geen meer dan drie. De sessies twee en drie bij een drie-keer-regel zijn geen extra inbrandsessies, maar ook nog geen gewone: het plafond is 200 graden, met wat je merk voor die sessies voorschrijft. Zonder zo’n regel mag na sessie één alles wat je merk toestaat. Elk voorjaar opnieuw inbranden hoeft niet; wat een kamado na de winter nodig heeft, komt verderop.
Kamado inbranden met vlees: wat je de eerste keer al kunt grillen
Eten tijdens het inbranden mag, en vier merken zeggen het zelf. Big Green Egg laat je meteen aan de slag gaan, Kamado Joe heeft het voor het eerste uur over “heating or cooking” (opwarmen of er al op grillen), The Bastard laat je na twee uur laag al grillen, en Grill Guru noemt een geroosterde kip als eerste gerecht. Wacht wel tot de wokkels uit zijn en de rook dun en licht is, en bij een Monolith ook tot de lakgeur van het kolenrooster weg is, zoals het merk vraagt. Ruik je op de tweede trap nog lijm langs de rand, dan is dat het vilt dat warm wordt. Geen van de merken meldt dat het eten die lucht meekrijgt; wil je het zeker weten, leg het eten er dan pas op als je geen lijm meer ruikt. Bij onze eigen kamado’s lag er de eerste keer steeds iets anders op, en aan dat eten hebben we niets anders geroken of geproefd dan anders.
Wat past onder de 180 graden, indirect, met de platesetter erin:
- Kipdijen of een hele kip: dijen gaar je op kerntemperatuur, gemeten naast het bot en er niet tegenaan: minstens 71 graden, of een volle minuut boven de 69, en gerust door tot 80 tot 85 voor de textuur. Bij een hele kip prik je daarna ook in het dikste deel van de borst: ook daar hoort minstens 71 te staan. Bij zwangerschap, jonge kinderen, ouderen of een kwetsbare weerstand houd je in dij en borst 75 graden aan. Waar die marge vandaan komt, onderbouwt de gids over de kerntemperatuur van kip.
- Worst: kort en eenvoudig. Worst is gaar bij een kern van 70 graden, of een volle minuut boven de 66, gemeten in het midden van de dikste worst. Zit er kip of kalkoen in de worst, dan geldt op diezelfde meetplek de kipregel van hierboven: minstens 71 graden, of een volle minuut boven de 69. Bij zwangerschap, jonge kinderen, ouderen of een kwetsbare weerstand houd je daar 75 aan zodra er gevogelte in zit, ook eend.
- Gerookte gehaktballen: in drie kwartier op 170 graden indirect, met één chunk rookhout, tot een kern van 70 in de dikste bal, of een volle minuut boven de 66; ons recept voor gerookte gehaktballen doet het zo. Zit er kip- of kalkoengehakt in, dan geldt in de dikste bal de kipregel: minstens 71 graden, of een volle minuut boven de 69. Bij zwangerschap, jonge kinderen, ouderen of een kwetsbare weerstand houd je daar 75 aan zodra er gehakt van gevogelte in zit, ook van eend.
Haal kip, worst en gehaktballen pas van het rooster als de kern die waarde aangeeft; wat de nagaring er daarna nog bij doet, is extra marge.
Wat je bewaart tot na sessie één, of tot na sessie drie als je merk een drie-keer-regel heeft: pizza en searen (300 graden en hoger), spareribs en elke andere lange low & slow; in ons recept voor malse spareribs gaan de ribs vijf uur op 110 tot 120 graden. Zo laag zit de tweede trap van sessie één niet, en zo’n lange sessie vraagt een firebox die voor twee derde of helemaal vol zit. In sessie twee en drie houden Grill Guru en Patton de firebox nog half, en wil The Bastard eerst twee uur rond de 150.
Burp de deksel ook op de lage trappen, zoals in stap 4: de schuiven staan bij het inbranden bijna dicht, de stand waarin onverbrand gas zich onder de deksel ophoopt, en op de tweede trap zit je boven de 150 graden, waar dat bij deels dichte schuiven goed kan gebeuren. De backdraft-gids verklaart waarom, en hoe het burpen gaat.
Wat er in het keramiek en het vilt gebeurt
Kamado-keramiek is in de fabriek gestookt op ruim 1.200 graden: Big Green Egg noemt 1.300, en cordieriet, het keramiek dat onder meer Yakiniku, Grill Guru en The Bastard voor hun kamado’s noemen, ontstaat pas tussen de 1.200 en 1.400 graden. Bij 300 graden op je terras verandert daar chemisch niets meer aan. “Het keramiek moet wennen” is beeldspraak, en “uitharden” is gewoon fout: dat was in de fabriek al klaar.
Keramiek is wel poreus, en Grill Guru schrijft het in de handleiding: de wanden nemen vocht op. Een kamado die maanden in een container en een magazijn stond, kan water in zijn wand hebben. Water dat stoom wordt, zet zo’n 1.600 keer uit, en vrij water verdampt rond de 100 graden. Daarom begint het inbranden met een trap rond de 100 en niet met 175: je laat de stoom er rustig uit lopen in plaats van hem met kracht door het keramiek te jagen. Een kamado heeft genoeg aan die ene trap, omdat het drogen daarna doorloopt op de tweede.
Een dikke keramische wand die aan de binnenkant snel heet wordt terwijl de buitenkant koud is, staat onder spanning. Die spanning is groter bij een felle vlam, bij een koud toestel en op een winterdag, en daarom werk je met één aansteekpunt en een trage opbouw: het verschil tussen binnen en buiten blijft klein. De fijne haarlijntjes in het glazuur, craquelé, die er soms al vanaf de fabriek in zitten en anders na de eerste sessies verschijnen, zijn geen scheur: glazuur en keramiek krimpen verschillend en het glazuur geeft mee. Voor de garantie telt het bij geen van de grote merken, juist omdat het normaal is. Welke lijn wel een scheur is en wanneer je stopt, houdt de scheurgids uit elkaar.
De zwakke schakel is de lijm onder het vilt. Vilt van Nomex, een hittebestendige vezel, smelt niet; een glasvezelpakking verdraagt nog meer hitte. De lijm eronder hecht pas goed na een eerste, rustige warmte: daar komt de grens van 180 bij Big Green Egg vandaan, en daarom begint ook nieuw vilt met een lage eerste stook. Heeft je kamado een glasvezelpakking, zoals de draadgaaspakking van de Kamado Joe’s uit de tweede en derde serie, dan verandert dat aan de eerste sessie niets: ook met die pakking legt Kamado Joe de grens voor het eerste uur op 204.
Kamado inbranden per merk: Big Green Egg, Kamado Joe, The Bastard, Grill Guru en Yakiniku
Wij lazen de handleidingen, helpcenters en blogs van de merken in de tabel na op 22 en 23 september 2026.
| Merk | Inbranden nodig volgens het merk? | Grens eerste sessie(s) | Wat het merk verder vraagt | Bron (peildatum 22 en 23 september 2026) |
|---|---|---|---|---|
| Big Green Egg | Nee, “helemaal niet nodig” | Eerste sessie niet boven de 180 °C | Daarna ook hogere temperaturen | Website: kamado inbranden en eerste keer gebruiken |
| Kamado Joe | Nee, “pre-seasoning is not required” (vooraf inbranden is niet nodig) | Eerste uur onder de 204 °C (400 °F) | Een klein tot middelgroot vuur van hooguit 1,36 kilo houtskool; bouten vooraf en daarna nalopen | Blog Seasoning Your Kamado Joe Grill |
| The Bastard | Ja, drie sessies | 200 °C | Sessie 1: halve kolenmand, één aansteekpunt, twee uur op 100 tot 120 °C, dan naar 200 °C; sessie 2 en 3: kolenmand voor driekwart, twee uur rond de 150 °C voordat je verder gaat of er eten op legt | Help Center: temperatuur regelen bij de eerste drie keer |
| Grill Guru | Ja, drie sessies, “verplicht” | 200 °C (andere documenten van het merk: 250 of 275 °C) | Alle drie de keren een halve firebox, bij de Medium hooguit 1,2 kilo en bij de Compact hooguit 1,6, één aansteekpunt en minstens een uur om de 200 °C te halen; onjuist gebruik maakt de garantie ongeldig | Handleidingen Kamado Compact en Medium (2022) en Original Large; Help Center en Genius Guide (250 °C); handleidingen 2018 en 2021 (275 °C) |
| Yakiniku | Nee, “niet nodig” | “In het begin niet te hoog”; als voorbeeld een half uur op 250 °C | Eén keer, om fabriekssporen zoals lijm weg te branden | Handleiding 2021/2022 |
| Monolith | Nee, “muss nicht eingebrannt werden” (hoeft niet ingebrand te worden) | Geen | Eten pas als de lakgeur van het kolenrooster weg is; bouten vóór en na het eerste gebruik controleren | Handleiding PRO 2.0; Quickstart Guide 2025 |
| Kamado Bono | Ja | Minstens een uur op 150 °C (een trap, geen plafond) | Bij het eerste gebruik, en hetzelfde na nieuw vilt; houd onze tweede trap dan op 150 | Website: tips voor beginners |
| Patton | Ja, drie sessies, “must” (verplicht) | 200 °C | Alle drie de keren een halve firebox van hooguit 1,6 kilo en één aansteekpunt; “incorrect use will void the warranty” (onjuist gebruik laat de garantie vervallen) | Handleiding Premium Kamado 2025 |
| Urban Chef (Intratuin) | Ja | 250 °C | “De eerste keren”, zonder aantal; wij tellen dat als drie | Intratuin, workshop les 1 |
| Barbecook Kamal | Ja | “Lage temperatuur”, zonder getal | 60 minuten, rooster er nog niet in | Handleiding Kamal 2.0 |
| Primo | Niet genoemd | Niet genoemd | Geen inbrandsessie of grens voor de eerste keer; volg ons protocol | Owner’s Manual (2011); Quick Start Guide |
| Keij, Moddern | Niets gedocumenteerd | Volg ons protocol | Geen handleiding of merkpagina gevonden | |
| Weber Summit Kamado, Char-Griller Akorn (staal) | Ja, om een andere reden: fabricageresten en, bij de Akorn, het gietijzeren rooster | Akorn: een uur op 204 °C met een ingeolied rooster; Weber: minstens 30 minuten roodgloeiend met de deksel dicht | Eén keer | Handleidingen |
Big Green Egg inbranden
Big Green Egg vraagt alleen een plafond van 180 graden voor de allereerste sessie, zodat de lijm van het vilt hecht, en daarna mag de Egg ook heter. Ons protocol past daarin; de trap rond de 100 is onze toevoeging voor het vocht en kost een half uur. Bij de aankoop van onze eerste kamado, een Egg, kregen we het advies hem de eerste keer op 160 graden te stoken, en zo is hij ingebrand: onder de 180, midden in wat nu onze tweede trap is.
Op dezelfde pagina geeft Big Green Egg voor kamado’s van andere merken die wel ingebrand moeten worden een stappenplan: beide schuiven eerst helemaal open en dan enkele uren rond de 180 graden, “om zo het keramiek te conditioneren en te zetten”. Wij gebruiken die 180 alleen als bovengrens. Ons protocol begint lager en met de schuiven bijna dicht, omdat de wand bij een trage start minder spanning opbouwt; conditioneren hoeft het keramiek zelf niet.
Kamado Joe inbranden
Voor Kamado Joe is een aparte inbrandsessie, wat het merk “pre-seasoning” noemt, geen vereiste. Wel wil het dat je het eerste uur onder de 204 graden blijft, met hooguit 1,36 kilo houtskool, zodat de onderdelen zich kunnen zetten, en dat je de bouten vooraf en daarna controleert. Een Kamado Joe de eerste keer gebruiken is dus geen apart ritueel: ons protocol past erin, en vanaf sessie twee grill je gewoon. De 315 graden uit de handleiding is de schoonbrand, niet het inbranden.
The Bastard inbranden
The Bastard heeft het langste protocol in de tabel: de eerste drie keer niet boven de 200 graden, en de eerste sessie begint met twee uur tussen de 100 en 120. De gedrukte handleidingen noemen hogere grenzen, maar het Help Center is de strengste lijn, dus houd 200 aan. Met een Bastard doe je het lage begin van het merk, twee uur in plaats van ons half uur, en daarna de tweede trap van ons protocol, onder de 180. Na drie tot vijf sessies raadt het merk aan alle schroeven en bouten na te lopen.
Grill Guru inbranden
Grill Guru noemt zijn protocol voor de eerste drie keer verplicht: een halve firebox, bij de Medium met hooguit 1,2 kilo houtskool en bij de Compact met hooguit 1,6, één aansteekpunt, minstens een uur om de 200 graden te halen, en niet hoger dan 200. Onjuist gebruik maakt volgens de handleiding de garantie ongeldig. Andere documenten van het merk noemen 250 of 275 als grens; met 200 voldoe je aan alle drie. In sessie één blijf je met ons protocol onder de 180.
Yakiniku inbranden
Yakiniku is in de handleiding kort: “Nee dit is niet nodig”, omdat het keramiek in de fabriek al is gestookt. Het merk raadt wel aan om niet meteen hoog te gaan en noemt als voorbeeld een half uur op 250 graden om fabriekssporen zoals lijm weg te branden. Die 250 is bedoeld als voorbeeld en ligt hoger dan de 180 die Big Green Egg de lijm in de eerste sessie gunt; ook bij een Yakiniku adviseren wij de eerste sessie onder de 180, omdat je er niets mee verliest.
Urban Chef, Primo en de andere merken inbranden
Urban Chef zegt “de eerste keren” onder de 250, zonder aantal; wij tellen dat als een drie-keer-regel, met ons plafond van 200 in sessie twee en drie. Primo noemt in handleiding en snelstartgids geen inbrandsessie en geen grens voor de eerste keer, en van Keij en Moddern vonden wij geen handleiding of merkpagina die er iets over zegt: bij die merken volg je ons protocol. Stalen kamado’s zoals de Weber Summit Kamado en de Char-Griller Akorn brand je in voor fabricageresten of een coating, niet voor lijm of vocht; daar volg je de handleiding.
De eerste drie sessies: wat normaal is en wat niet
Normaal:
- Een scherpe geur de eerste keer: lijm, de lak van een gietijzeren kolenrooster en resten uit de fabriek. Meestal is hij na de eerste sessie weg, en anders na de eerste hetere sessie die je merk toestaat.
- Een dun sliertje rook of damp langs de viltrand bij het opstoken: het vilt zet zich en de lijm is warm; na een paar sessies sluit de rand. Een rookstroom op één plek waar de rand los ligt, is iets anders en hoort bij Niet normaal.
- Vilt dat grijs of zwart kleurt, zolang het vastzit.
- Bouten die na het afkoelen los zitten: nalopen en handvast aandraaien.
- Een beslagen dekselthermometer: vocht in het instrument, niet in het keramiek. Meestal droogt het glas vanzelf zodra de kamado warm is; tot dan laat je de schuiven staan waar ze staan, en een aparte meter op het rooster laat zien of hij nog klimt.
- Craquelé in het glazuur: normaal, en geen scheur.
- Haarscheuren in firebox en vuurring: die delen zitten het dichtst op het vuur en mogen scheuren zonder dat het toestel eronder lijdt.
Niet normaal:
- Vilt dat tijdens of na de sessie loslaat: te heet, te vroeg hoog gegaan of te strak geplakt. Doven en koud laten worden; niet doorstoken met een losse rand, want dan sluit de deksel niet meer en lekt de rand lucht. Bij een nieuw toestel eerst een foto naar de dealer, voor de garantie; daarna opnieuw plakken, een dag dicht en laag beginnen, met de viltgids ernaast.
- Een firebox die zo breekt dat het kolenrooster of de platesetter scheef zakt: stoppen, want dan ligt het vuur niet meer waar het hoort. Breekt hij door maar blijven de delen stabiel liggen, dan mag de sessie door. Bij een nieuw toestel meld je de breuk daarna met foto’s bij de dealer en wacht je zijn reactie af voordat je kit of opnieuw stookt.
- Een lijn die op deksel of basis zowel binnen als buiten te zien is: doven, laten afkoelen en de scheurgids erbij. Bij een nieuw toestel is dat een garantiezaak: claim via de dealer, met foto’s, de bon en je registratie, en repareer niets zelf zolang de claim loopt.
Na de winter, tweedehands, nieuw vilt of na een reparatie: je kamado opnieuw inbranden?
Nee: een kamado brand je één keer in. Na de winter of bij een gebruikt toestel is de lijm al een keer warm geweest en is het toestel al eens opgestookt; alleen nieuw vilt en een gekitte firebox beginnen weer laag. Vocht komt wel terug, en daarvoor is droogstoken: minstens een uur op 100 tot 150 graden, en pas daarna hoger. Rond de 100 verlaat het vrije water de wand, en 150 is de grens die The Bastard en Grill Guru na de winter aanhouden. Die twee rekenen er drie uur voor en schrijven dat je het wintervocht dan uit de kamado ziet trekken. Grill Guru wil bovendien dat je bij koud weer of na een lange vochtige periode die sessie niet boven de 200 stookt en hoger stoken bewaart voor de keer daarna. Wie een van die merken heeft, volgt hun regel.
Droogstoken heeft zin als hij een winter of een paar weken buiten stilstond, bij een gebruikt toestel waarvan je de stalling niet kent, en na een natte week zonder hoes. Tegen dat vocht bescherm je hem vóór de winter met kamado winterklaar maken; wat je aan een gebruikt toestel verder keurt vóór je betaalt, heeft tweedehands kamado kopen als checklist. Een toestel dat nog nooit gestookt is, ook een showroom- of demomodel of een tweedehands exemplaar, brand je in als een nieuw toestel. Brandde een showroom-, demo- of tweedehands toestel pas een of twee keer en kent het merk een drie-keer-regel, maak die drie sessies dan onder de 200 af; twijfel je hoe vaak hij al brandde, dan tellen je eerste twee sessies als zijn tweede en derde.
Nieuw vilt geplakt, ook vóór de allereerste sessie: een dag dicht laten en dan de eerste stook onder de 150, de grens die de viltgids voorschrijft; dat is strenger dan de 180 van sessie één, en strenger mag altijd. Na het kitten van een firebox: minimaal 24 uur uitharden, en de eerste keer daarna de twee trappen van sessie één, met een uur op de eerste in plaats van een half. Kit hardt pas helemaal uit als hij de eerste keer geleidelijk warm wordt. Hoe je een gescheurde firebox kit en wanneer je hem beter vervangt, weegt de scheurgids af.
Een kamado inbranden is geen schoonbranden, en geen gietijzer inbranden
Het woord inbranden doet op de kamado drie keer dienst, en elke keer voor iets anders.
Inbranden van het toestel is de eerste, lage sessie van ons protocol. De tweede betekenis zit in “een goed ingebrande kamado”: de zwarte roetlaag aan de binnenkant, die vanzelf komt en waar je niet naar hoeft te streven. Schoonbranden is iets anders, eerder het tegenovergestelde van inbranden: een korte, hete sessie, meestal zo’n half uur op 250 tot 275 graden, om vet en aanslag uit het toestel te branden. Doe dat niet met een nieuw toestel, en bij een Grill Guru ook niet na een tijd stilstand: dat merk zet het letterlijk in de handleiding, en laat hem dan die sessie minstens een uur op hooguit 200 graden opwarmen; de schoonbrand volgt de keer daarna. Wanneer je je kamado schoonbrandt en wat je bij schimmel anders doet, haal je uit de onderhoudsgids.
De derde is gietijzer inbranden (in het Engels: seasoning): een patinalaag opbouwen op een rooster of pan met olie en hitte. Bij een keramische kamado doe je dat pas als het toestel geen plafond meer heeft: vanaf sessie twee, of vanaf sessie vier als je merk een drie-keer-regel heeft. Gietijzer wil een temperatuur rond het rookpunt van de olie, op de kamado 200 tot 230 graden: boven het plafond van die eerste sessies. Hoe die laag ontstaat en welke olie je neemt, hoort thuis in gietijzer inbranden.
Na de eerste sessie, of na de derde als je merk een drie-keer-regel heeft, is de kamado gewoon een kamado, met alles uit de ultieme kamado-gids: pizza op 300 en hoger, een nacht low & slow, searen boven open kolen.


PRAAT MEE
Heb je vragen over dit artikel of wil je je eigen ervaringen delen? Laat het ons weten in de reacties hieronder! Je krijgt binnen 24 uur antwoord van échte BBQ Nerds.