Opent in een nieuw tabblad

BBQ-technieken en tips: zo stook, rook, gril en meet je

Gekruide rosbief in de rook op het rooster van de kamado, indirect naast de kolen

Een mislukte barbecue ligt wat ons betreft zelden aan het vlees. Het gaat mis bij het vuur en bij het moment. De kolen zijn nog niet klaar, of het vlees ligt boven de gloed terwijl het ernaast hoorde. Of het gaat van het rooster op de klok, in plaats van op de thermometer. Dan krijg je een kippenbout die verbrandt voordat hij gaar is, of ribs die na vijf uur nog taai zijn.

Voor elk van die missers bestaat een techniek. Meestal draait die om één getal: hoe lang de kolen nodig hebben, hoe heet de barbecue is of hoe warm de kern. Na het lezen weet je welke techniek je vandaag nodig hebt, op welk getal je let en waar de volledige uitleg staat.

Tien bbq-tips om mee te beginnen

Wat ons betreft draaien de bbq-tips die ertoe doen om het vuur en om meten, niet om marinades. Steek aan zonder aanmaakvloeistof, werk met twee zones en houd de deksel dicht. Leg rookhout pas op als het vlees erop gaat. En haal vlees van het vuur op de kerntemperatuur, niet op de klok.

  1. Steek aan zonder aanmaakvloeistof. Op een kogel is een brikettenstarter op een paar aanmaakblokjes net zo snel, en hij geeft geen bijsmaak. Zo’n starter is een koker waarin je de kolen voorgloeit. Briketten zijn na zo’n 30 minuten grijs, losse houtskool na 15 tot 20: zo steek je de bbq aan. In een kamado gaan geen briketten en geen blokjes met paraffine: daar steek je natuurlijke houtskool aan, bijvoorbeeld met aanmaakwokkels van houtwol.
  2. Werk met twee zones. Een hete kant voor de korst, en een kant zonder vuur eronder om rustig te garen. Vlamt het vet op, schuif het vlees dan opzij: twee zones bouwen op jouw bbq.
  3. Kies op dikte en gaartijd. Wat dun is en binnen een minuut of tien gaar, mag direct boven de kolen, zoals een steak tot zo’n 3 centimeter. Kip met bot gaar je naast het vuur en kleur je pas aan het eind boven de kolen. Een steak van 3 tot 4 centimeter korst je kort aan en gaar je ernaast af. Vanaf 4 centimeter gaar je hem eerst naast het vuur en gril je hem daarna kort en heet af: reverse sear.
  4. Houd de deksel dicht. Zo gaart dik vlees van alle kanten en regel je de hitte met de luchtschuiven. Elke keer dat je hem opent, ontsnapt er warmte.
  5. Leg rookhout op als het vlees erop gaat. Dan pakt het vlees de meeste rook. Voor een lange sessie zijn 2 tot 3 chunks genoeg. Chunks zijn blokken rookhout: welk rookhout waarvoor.
  6. Lees de rook. Dunne, blauwe rook is goed. Een vers blok rookhout rookt de eerste minuten dikker: met genoeg lucht trekt dat vanzelf bij. Blijft de rook bij een lange sessie dik en wit of grijs, dan wordt je vlees bitter. Geef dan meer lucht, of leg minder of droger hout.
  7. Meet de kern, niet de klok. Een tijd in een recept is een schatting. Steek de punt van je thermometer in het dikste deel, tot in het midden: kerntemperatuur meten.
  8. Reken op nagaring. Een steak van zo’n 3 centimeter loopt na het grillen nog 2 tot 4 °C op. Haal hem daarom 2 tot 4 °C onder je doel van het vuur. Kip haal je pas van het vuur als het dikste deel van de dij én de borst 71 °C aangeeft. Houd bij zwangerschap, jonge kinderen, ouderen of een kwetsbare weerstand 75 °C aan. Gehakt haal je eraf als het dikste deel 70 °C aangeeft: de getallen per stuk vlees.
  9. Laat kort gegrild vlees onafgedekt rusten. Een steak van 2 tot 4 centimeter rust 3 tot 5 minuten op een rooster of plank. Onder folie wordt de korst zacht: hoe lang vlees rust.
  10. Open een kamado altijd eerst op een kier. Trek handschoenen aan en ga opzij staan. Til de deksel een paar centimeter op, wapper hem vijf tot tien keer op en neer en open hem daarna rustig. Doe dat ook bij een lage temperatuur, en zeker na de sessie als de schuiven al dicht staan. Zo maak je een steekvlam vrijwel onmogelijk: een backdraft voorkomen.

Welke techniek heb je vandaag nodig?

Welke techniek je nodig hebt, hangt af van wat er op het rooster ligt. Kijk naar twee dingen: hoe dik het stuk is, en of het mals is of vol bindweefsel zit. Dun en mals vlees wil kort en heet. Dik en mals vlees wil eerst rustige hitte en daarna een korst. Een steak van 3 tot 4 centimeter zit ertussenin: eerst de korst, dan ernaast afgaren. Bindweefsel wil uren op een laag vuur: low & slow. Kip met bot is de uitzondering. Ook als hij dun is, gaart hij traag bij het bot: hij hoort naast het vuur. Per gerecht ziet dat er zo uit:

Op het roosterZo pak je het aanOm mee te beginnen
Burgers tot zo’n 2 cm, steaks tot zo’n 3 cmDirect grillen: recht boven de kolen, kort en heet. Meet via de zijkant: een burger gaat pas van het vuur als de kern de veilige eindwaarde voor gehakt aangeeft.Broodje hamburger
Steak van 3 tot 4 cmEerst kort boven de kolen voor de korst, dan ernaast verder garen met de deksel dicht.Twee zones per gerecht
Dikke steak, vanaf 4 cmReverse sear: eerst naast het vuur tot de kern 8 tot 10 °C onder je doel zit, dan kort en heet afgrillen.Tomahawk steak
Hele kipIndirect, naast het vuur, of aan het draaispit. Meet in de dij én in de borst: klaar als allebei de veilige eindwaarde voor kip aangeven.Beer can chicken, kip rechtop op een blikje bier
Kippenpoten en vleugelsTwee zones: naast het vuur gaar, daarna kort boven de kolen kleuren. Klaar als de kern in het dikste deel, niet tegen het bot, de veilige eindwaarde voor kip aangeeft.Kerntemperatuur kip
SpareribsUrenlang low & slow op 110 tot 120 °C, met rookhout. Klaar als de pen van je thermometer er tussen de botten zonder weerstand in glijdt.Malse spareribs
Pulled pork (varkensschouder) of brisket (runderborst)Low & slow met rookhout, en inpakken om sneller door de stilstand van de kern te komen. Klaar boven de 90 °C, als de pen van je thermometer er zonder weerstand in glijdt.Pulled pork of brisket
Zalm of visfiletIndirect op 160 tot 180 °C, met de huid naar beneden. Meet bij een filet van 3 cm al vanaf minuut acht in het dikste deel.Kerntemperatuur zalm

Vuur: aansteken, twee zones en temperatuur

Goed vuur begint bij kolen die klaar zijn: op een kogel grijs tot en met de bovenste laag, in een kamado een brede gloed. Daarna verdeel je de hitte over twee zones en regel je de temperatuur met de deksel dicht en de luchtschuiven.

Een kogel aansteken

Een kogel of ketel steek je aan met een brikettenstarter: een koker waarin je de kolen op aanmaakblokjes voorgloeit. Uitstorten doe je pas als ook de bovenste laag grijs is, want roodgloeiende kolen met zwarte plekken geven nog scherpe rook. Laat het rooster daarna een paar minuten meewarmen en borstel het schoon voordat er iets op gaat. Geen starter in huis? Dan is een piramide van houtskool rond de blokjes in 20 tot 30 minuten klaar. Briketten hebben zonder starter meer tijd nodig. Alle manieren, met de tijden erbij: bbq aansteken.

De kamado aansteken

Een kamado steek je aan in de vuurkorf, de keramische kom onderin waarin de kolen liggen. Gebruik 100% natuurlijke houtskool, geen briketten, en een natuurlijk aansteekmiddel, zoals aanmaakwokkels van houtwol. Gewone blokjes met paraffine trekken in het keramiek. Voor low & slow steek je de kolen op één punt in het midden aan, voor grillen op twee tot drie. Laat de deksel open tot je een brede gloed ziet, en reken van koud tot grillklaar op 20 tot 35 minuten: kamado aansteken, stap voor stap.

Direct of indirect grillen

Bij direct grillen ligt het vlees recht boven de kolen, voor een snelle korst. Bij indirect grillen ligt het naast het vuur, of erboven achter een hitteschild, met de deksel dicht. Op een kamado is dat schild de platesetter, een keramische plaat tussen kolen en rooster. Op een kogel geven twee zones je allebei tegelijk; op een kamado doe je ze meestal na elkaar. Op een gasbarbecue laat je daarvoor de brander onder de indirecte kant uit. Twijfel je, kies dan indirect: een stuk dat te langzaam gaat, schuif je alsnog boven de kolen. Het antwoord per gerecht, van pizza tot saté: direct of indirect grillen.

Temperatuur regelen met de schuiven

De hitte van een kogel of kamado regel je met lucht. Mik op 110 tot 120 °C voor low & slow en op 150 tot 180 °C om indirect te garen. Direct grillen doe je op 200 tot 250 °C. Pizza wil 300 °C of meer. Meet die temperatuur op roosterhoogte, naast het vlees: de thermometer in de deksel kan er 20 tot 30 °C naast zitten. De onderste schuif laat zuurstof bij de kolen en doet het grove werk; op een kamado stelt de bovenste schuif fijn af. Op een kogel laat je de bovenste helemaal open. Verstel in kleine stapjes en wacht na elke stap 10 tot 15 minuten. Zet de onderste schuif al verder dicht als je nog 10 tot 15 °C onder je doel zit. Omlaag gaat veel trager dan omhoog: temperatuur regelen op de kamado.

Een hete kamado openen

Gooi je de deksel van een hete kamado in één keer open, dan kan er een steekvlam uit slaan: een backdraft. Opgehoopte gassen vatten vlam zodra er ineens zuurstof bijkomt. Burpen maakt dat vrijwel onmogelijk: handschoenen aan, opzij staan, de deksel een paar centimeter op een kier, en hem vijf tot tien keer op en neer wapperen. Je hoort het gas dan vaak zacht sissen. Burp bij elke opening, ook bij een lage temperatuur. Het protocol in vijf stappen: backdraft voorkomen op de kamado.

Als de kamado niet doet wat je wilt

Schiet de temperatuur door, sluit dan beide schuiven helemaal. Ben je boven de 400 °C beland, dan duurt het terugzakken 30 tot 60 minuten. Blijft er dikke witte rook hangen, zorg dan dat de bovenste schuif niet dicht staat en leg minder rookhout op. Dooft het vuur tijdens een lange sessie, zet de onderste schuif dan een paar minuten helemaal open en kijk of de aslade vol zit. Vijftien problemen met hun oorzaak en oplossing: kamado troubleshooting.

Barbecueën in de winter

Barbecueën kan het hele jaar door, ook bij vorst. Alleen bij windkracht 6 of harder sla je een keer over. Zet de barbecue buiten, waar de rook vrij weg kan: nooit in de garage, een tent of onder een overkapping. Een brandende barbecue maakt koolmonoxide, een giftig gas dat je niet ziet en niet ruikt. Een kamado die nat of bevroren is, stook je rustig op: keramiek dat te snel opwarmt, kan scheuren. Draai de onderste schuif van de wind af, houd de deksel dicht en leg extra kolen klaar: barbecueën in de winter.

Brandstof: kolen, briketten en rookhout

Kolen geven de hitte, rookhout geeft de smaak. Welke kolen je kiest, hangt af van je barbecue: een kogel brandt prima op briketten, een kamado alleen op natuurlijke houtskool. Wil je uren een laag vuur, dan bepaalt de manier waarop je de kolen legt hoe lang ze het volhouden: de minion- of de snake-methode.

Houtskool of briketten

Briketten zijn even groot en branden rustig en lang: op een kogel een goede keus voor uren low & slow. Losse houtskool wordt heter en is sneller op. In een kamado gebruik je alleen 100% natuurlijke houtskool, want de as van briketten smoort de luchtstroom in de vuurkorf. Zachte houtskool zoals acacia steekt makkelijk aan, harde zoals marabu brandt veel langer. Acacia, marabu en de rest, per soort sessie: houtskool voor je kamado kiezen.

Rookhout

Rookhout is droog, onbehandeld hout van loofbomen, zoals eik, beuk of appel. Je legt het op de kolen, waar het smeult en je eten rooksmaak en kleur geeft. Appel en kers passen bij kip en varken, els en beuken bij vis, eik en hickory bij rund. Op houtskool gebruik je chunks, blokken rookhout. Meer hout maakt je vlees niet lekkerder, wel eerder bitter: rookhout kiezen per vleessoort en barbecue.

De minion-methode

Met de minion-methode stook je een kogel urenlang laag, op één lading kolen. Op een flinke stapel onaangestoken briketten aan één kant van je kogel zet je zo’n 10 tot 15 brandende, die de rest een voor een aansteken. Met de onderste schuif houd je zo vier tot zes uur lang 110 tot 120 °C vast. Op een kamado doet een vuurkorf die tot de bovenrand vol ligt en op één punt brandt hetzelfde: de minion-methode.

De snake-methode

Bij de snake-methode leg je twee rijen briketten in een boog langs de buitenkant van het kolenrooster van je kogel, over de halve omtrek. Alleen het eerste stuk steek je aan, en het vuur schuift langzaam op naar het einde. Op een kogel van 57 centimeter kan zo’n slang 8 tot 12 uur branden. Kies hem boven de minion-methode als je sessie langer duurt dan een uur of zes, of als het koud is: de snake-methode.

Roken: warm roken, inpakken en injecteren

Roken is garen in de rook van smeulend hout, met de deksel dicht en op een lage temperatuur. Het vlees pakt de meeste rook in de eerste uren, zolang het oppervlak koel en vochtig is. Daarom leg je het hout op als het vlees erop gaat, niet bij het aansteken. Goede rook is dun en blauw; dikke witte rook maakt het vlees bij een lange sessie bitter.

Roken op de kamado

Een kamado rookt van huis uit goed: de dikke keramische wand houdt de temperatuur stabiel, en de gesloten koepel houdt de rook rond het vlees. Warm roken doe je tussen de 80 en 130 °C. Daarboven brandt het hout veel sneller op dan het vlees de rook kan opnemen. Leg alle chunks tegelijk op de kolen, op het moment dat het vlees erop gaat. Later bijleggen betekent vlees, rooster en platesetter (het keramische hitteschild) eruit tillen: roken op de kamado.

Brisket roken

Brisket is het borststuk van het rund: een dag werk op 110 °C. Hij is klaar rond de 94 °C, maar pas als de pen van je thermometer er overal zonder weerstand in glijdt. Soms is dat pas bij 98 of 99 °C. Pak je hem in folie in, dan kan de barbecue daarna naar 120 tot 130 °C. Zo staat een hele brisket van 6 kilo er 10 tot 14 uur op. Zonder inpakken, op constant 110 °C, wordt dat bijna 20 uur. Kopen, trimmen en aansnijden: brisket roken.

Inpakken: butcher paper of folie

De kern van een groot stuk vlees blijft tijdens het roken vaak uren hangen rond de 65 tot 75 °C: de stall. Het vlees zweet dan vocht uit, en dat koelt het af. Inpakken breekt die stilstand. Folie is het snelst maar maakt de bark zacht, de korst van rub en rook. Butcher paper, ongecoat slagerspapier, spaart de bark beter. Pak in als de bark vastzit en diep donkerbruin is: butcher paper of folie.

Vlees injecteren

Met een injectiespuit krijg je zout en smaak tot diep in het vlees, waar een marinade niet komt. Het loont bij grote stukken voor low & slow, zoals pulled pork (varkensschouder) en brisket. Per kilo vlees gaat er zo’n 60 ml in. Welke vloeistof je gebruikt, en of je het vlees daarna nog rosé kunt eten: vlees injecteren.

Garen: van kort en heet tot low & slow

Vlees gaar je op drie manieren: kort en heet boven de kolen, rustig naast het vuur, of urenlang low & slow op zo’n 110 tot 120 °C. Reverse sear combineert de eerste twee: eerst rustig, dan heet. Een draaispit gaart op matig vuur terwijl het vlees ronddraait. Na het grillen laat je vlees even rusten: een steak kort en onafgedekt, een brisket ingepakt en veel langer.

Low & slow

Low & slow is urenlang garen op een lage temperatuur, rond de 110 tot 120 °C. Zo smelt het bindweefsel in spareribs, pulled pork en brisket tot gelatine, en wordt taai vlees mals. Bij 110 °C reken je voor een groot stuk op 3 tot 4 uur per kilo, maar de kern beslist. Klaar is het als de pen van je thermometer erin glijdt alsof je in een pot pindakaas prikt, vaak boven de 90 °C: low & slow op de kamado.

Reverse sear

Reverse sear is eerst rustig garen naast het vuur, op 110 tot 120 °C, en daarna kort en heet afgrillen. Een dikke steak wordt zo overal even rosé, met hooguit een dun grijs randje onder de korst. Haal het vlees bij 8 tot 10 °C onder je doel uit de indirecte zone, want het afgrillen en de rust duwen de kern nog omhoog. Het werkt vanaf zo’n 4 centimeter dik: reverse sear op de kamado.

Grillen aan het draaispit

Aan een draaispit, ook wel rotisserie, draait het vlees langzaam rond boven het vuur. Omdat geen kant lang boven de gloed ligt, gril je op matig vuur zonder dat één kant verbrandt. Een hele kip draait op een kamado op 150 °C, met minder kolen dan je gewend bent. Reken op zo’n anderhalf uur. Hij is pas klaar als de kern in de dij en in de borst de veilige eindwaarde voor kip aangeeft: grillen met een draaispit.

Vlees laten rusten

Na het grillen rust vlees even, en de dikte bepaalt hoe lang. Een dunne steak tot 2 centimeter is na 1 tot 2 minuten klaar. De meeste steaks, van 2 tot 4 centimeter, rusten 3 tot 5 minuten. Een steak van 4 centimeter of meer rust 5 tot hooguit 8 minuten. Doe dat onafgedekt op een rooster of plank. Brisket, pulled pork en ander groot vlees voor low & slow rusten anders: ingepakt en veel langer. De rusttijd per stuk: vlees laten rusten.

Burgers persen

Met een hamburgerpers, een ronde mal met een stamper, wordt elke burger even rond en even dik. Weeg elke portie af, bijvoorbeeld 150 gram: dan liggen je burgers ongeveer tegelijk klaar. Gebruik koud gehakt en een vel bakpapier in de pers: de hamburgerpers.

Meten: kerntemperatuur en nagaring

Een kernthermometer zegt hoe ver je vlees is; de klok en de kleur zeggen dat niet. Twee getallen tellen: het doel in de kern, en de temperatuur waarop je het vlees van het vuur haalt. Die ligt bij de meeste stukken iets onder het doel, omdat vlees na het grillen nog doorgaart: de nagaring.

Zo meet je de kern

Steek de punt van je kernthermometer in het hart van het dikste deel, weg van bot en dikke vetranden. Bij dun vlees, zoals een steak of burger, steek je hem er van opzij in. Check aan het begin van het seizoen of je meter klopt: steek de punt in kokend water, dan hoort hij 99 tot 101 °C aan te geven. Wijkt hij af, dan reken je het verschil voortaan mee. De thermometer in je deksel meet de lucht bovenin, niet je vlees: zo meet en ijk je een vleesthermometer.

Voor kort werk volstaat een snelle prikthermometer. Voor lange sessies wil je een voeler die in het vlees blijft zitten en piept als het zover is. Prikthermometer of voeler, per type en budget: kernthermometers vergeleken.

Het getal per stuk vlees

Elk stuk vlees heeft zijn eigen getal. De kerntemperatuurtabel noemt per gerecht het doel en het afhaalmoment, en er hoort een gratis cheatsheet bij voor naast je barbecue. Kip, kalkoen en gehakt haal je pas van het vuur als de kern hun veilige eindwaarde aangeeft, gemeten in het dikste deel.

Veelgestelde vragen

Welke bbq-technieken zijn er?

De bekendste bbq-technieken zijn direct en indirect grillen, roken, low & slow en reverse sear: eerst rustig garen, dan heet afgrillen. Daaronder liggen de basistechnieken: het vuur aansteken, de temperatuur regelen met de luchtschuiven en meten met een kernthermometer. Wij delen ze in vijf groepen: vuur, brandstof, roken, garen en meten.

Welke bbq-techniek leer je als beginner het eerst?

Wat ons betreft leer je eerst werken met twee zones: een hete kant boven de kolen, en een kant zonder vuur eronder om rustig te garen. Dun vlees dat binnen een minuut of tien gaar is, zoals een steak tot zo’n 3 centimeter, gaat boven de kolen. Al het andere, ook kip met bot, gaat naar de rustige kant. Leer daarnaast meten met een kernthermometer. Daarna is low & slow met spareribs een kleine stap.

Wanneer doe je de deksel op de barbecue?

Op een kogel gaat de deksel dicht zodra het eten op het rooster ligt. Tijdens het aansteken blijft hij eraf, met alle luchtschuiven open. Een kamado sluit je eerder, zodra de kolen een brede gloed hebben. Met aanmaakwokkels van houtwol duurt dat 10 tot 15 minuten. Met de deksel dicht blijft de hitte bij het vlees, en regelen de luchtschuiven de temperatuur.

Kun je al deze technieken op elke barbecue?

Bijna allemaal, als je barbecue een deksel heeft en ruimte voor twee zones: een hete kant en een kant zonder vuur. Op een kogel en een kamado kun je grillen, roken en urenlang low & slow garen. Op een gasbarbecue rook je met houtsnippers in een rookbox, een metalen doosje met gaatjes boven een brandende brander. Zonder deksel gril je alleen direct. Welk type bij je past: bbq-soorten. Hoe een kamado werkt: de kamado gids.

Hoe voorkom je dat vlees aanbrandt op de barbecue?

Door alleen dun vlees dat snel gaar is recht boven de kolen te leggen, en de rest ernaast te garen. Suiker in een marinade of rub verbrandt boven vol vuur het eerst, dus zulk vlees leg je aan de rustige kant. Slaat het vet in brand, schuif het vlees dan naar de kant zonder vuur. Een dikke steak gaar je eerst naast het vuur en gril je pas aan het eind kort af.

MEER LEKKERS IN JE MAILBOX?

Wij sturen je elke week een mailtje met nieuwe recepten.

Nieuwsbrief

PRAAT MEE

Heb je vragen over dit artikel of wil je je eigen ervaringen delen? Laat het ons weten in de reacties hieronder! Je krijgt binnen 24 uur antwoord van échte BBQ Nerds.

Plaats de eerste reactie


Inhoudsopgave