Pulled pork is hét gerecht waarmee veel mensen hun eerste stap zetten in de wereld van low & slow barbecueën. En dat is niet voor niets. Het combineert eenvoud met ambacht, vraagt om geduld in plaats van techniek, en beloont je met boterzacht vlees dat je met een vork uit elkaar trekt. Ideaal voor op een broodje, bij friet, in een taco of gewoon zo, uit de schaal met een vork erbij.
In Amerika gebruiken ze er de “Boston Butt” voor: een stuk van de bovenkant van de varkensschouder met een mooie balans tussen vet en vlees. In Nederland kiezen we vaak voor procureur: hetzelfde principe, ander woord. Een stuk van minstens 2 kilo is perfect om mee te starten. Daarmee heb je voldoende massa om een goede bark te krijgen, én het droogt minder snel uit.
Wat het geheim is van écht goede pulled pork? Tijd. Tijd, rust en een constante temperatuur. Rook je hem op een kamado, dan legt onze kamado gids uit hoe je die constante lage temperatuur urenlang vasthoudt. Dit recept geeft je alle stappen die je moet volgen voor een authentieke en smaakvolle pulled pork. Geen overhaaste shortcuts, maar wel praktische keuzes en opties voor beginners en gevorderden.
Hoe lang duurt pulled pork?
Reken op 7 tot 9 uur voor een procureur van 2 kilo op 110–120 °C: eerst 4 tot 5 uur open tot een kern van 73 °C, daarna ingepakt nog 3 tot 4 uur naar 91–95 °C, plus minstens een half uur rust. De klok is een richtlijn: kern en prikkertest beslissen. Plan ruim: ingepakt houd je hem twee tot drie uur warm, dus te vroeg klaar bestaat niet.

Waarom pulled pork pas bij 91–95 °C uit elkaar trekt, wat de stall is en hoe probe tender voelt: dat lees je in onze kerntemperatuur-gids voor spareribs en pulled pork.










PRAAT MEE OVER DIT RECEPT
Barbecueën draait om delen. Heb je dit recept geprobeerd of heb je vragen over de bereiding? Laat het ons weten in de reacties hieronder! Binnen 24 uur krijg je antwoord van échte BBQ Nerds.